Raad van State: PAS mag niet als toestemmingsbasis voor nieuwe activiteiten worden gebruikt

Op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) wordt vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden, alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Zo’n toestemming 'vooraf' mag niet, stelt de Raad van State. Ook mocht het weiden van vee en het bemesten van grond niet ‘vergunningvrij‘ worden gemaakt, omdat niet vooraf vaststaat dat uitgesloten is dat het natuurgebieden in de omgeving aantast. De uitspraken hebben geen gevolgen voor vergunningen die al definitief zijn. Die zaken die afwachting van deze uitspraken zijn aangehouden zullen nu weer verder worden behandeld.
Het PAS bevat de basis om toestemming te geven voor activiteiten die stikstof uitstoten. Het is een systeem dat aan de ene kant ruimte biedt aan activiteiten die stikstof veroorzaken, zoals vergunningen voor veehouderijen of aanleg van wegen. Aan de andere kant bevat het PAS tegelijkertijd maatregelen om de nadelige gevolgen van stikstof op natuurgebieden te verminderen. Het PAS loopt daarbij dus vooruit op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden en geeft daarbij 'vooraf' toestemming aan nieuwe activiteiten.

In strijd met Europese natuurwetgeving
In mei 2017 stelde de Raad van State vragen aan het Europese Hof van Justitie over het PAS, omdat er twijfels waren of het programma voldoet aan de voorwaarden van de Europese Habitatrichtlijn. Het Europese Hof oordeelde in november 2018 dat ook bij het PAS de positieve gevolgen van de maatregelen die in dat programma zijn opgenomen, vooraf vast moeten staan. Pas dan kan de overheid een nieuwe activiteit toestaan. Omdat het PAS niet aan die voorwaarde voldoet, mag het niet als toestemmingsbasis voor nieuwe activiteiten worden gebruikt. Bovendien wordt in het PAS ook toestemming voor activiteiten gegeven op basis van maatregelen in natuurgebieden die nodig zijn voor het voorkomen van achteruitgang van die gebieden. Ook dat mag niet. De conclusie is dat de onderbouwing van het PAS niet deugt. De Raad van State vernietigt daarom de vergunningen voor veehouderijen die in de uitspraak van 29 mei aan de orde zijn en waarbij gebruik is gemaakt van het PAS.

Weiden van vee en bemesten van landbouwgrond
Er is ook uitspraak gedaan over de vraag of het weiden van vee en het bemesten van grond ‘vergunningvrij‘ mochten worden gemaakt terwijl die activiteiten wel schadelijk kunnen zijn voor natuurgebieden omdat ze stikstof uitstoten. De Raad van State heeft geoordeeld dat ook dit niet mag, omdat ook voor deze activiteiten niet vooraf vaststaat dat uitgesloten is dat zij natuurgebieden in de omgeving aantasten.

Gevolgen voor overige zaken
De 2 uitspraken hebben geen gevolgen voor vergunningen die al definitief zijn en die dus niet meer bij de rechter kunnen worden aangevochten. Die vergunningen blijven gewoon gelden. Daarnaast liggen er bij de Raad van State en bij de rechtbanken ook nog andere zaken over het PAS. Bij de Raad van State zijn dat er op dit moment circa 180, waaronder voornamelijk natuurvergunningen voor veehouderijen, maar ook zaken over bestemmingsplannen voor bijvoorbeeld nieuwe wegen en bedrijventerreinen. Die zaken zijn aangehouden in afwachting van de uitspraken en zullen nu weer verder worden behandeld. Het is de bedoeling zo snel mogelijk, al in juni, duidelijkheid te bieden over de natuurvergunningen voor veehouderijen. Op 29 mei wordt er al uitspraak gedaan in 11 andere veehouderijzaken, naast de 10 zaken die in de 2 uitspraken over het PAS aan de orde zijn. De afhandeling van zaken over bestemmingsplannen zal wat langer duren.

Zie voor de teksten van alle uitspraken de site van de Raad van State.
Bron: Raad van State, 29/05/2019
Publicatie: 29-05-2019