'Minimale bedrijfsgrootte bij monovergisting is afhankelijk van bedrijfsplan'
Bij de garantiebedragen van de SDE++ in 2023 is minimaal 7.500 kubieke meter drijfmest nodig om rendabel groen gas te kunnen leveren. Dit komt overeen met een bedrijf met minimaal 250 melkkoeien. Met de nieuwe voorgestelde subsidiebedragen zou het met 3.000 kubieke meter drijfmest al kunnen renderen, dus vanaf 100 koeien. Het opwerken van biogas naar groen gas zou dan met meerdere bedrijven gezamenlijk op één locatie kunnen.
Voor veehouders die kiezen voor een vergister met WKK en stroom willen leveren aan het elektriciteitsnet, is jaarlijks 3.000 ton drijfmest vergisten te krap voor een rendabele exploitatie. Dan is volgens berekeningen van DLV Advies toch minimaal 4.500 ton drijfmest nodig. Dat betekent zeker 150 melkkoeien.
Het garantiebedrag voor geleverde elektriciteit is weliswaar iets hoger voor vergisters tot 110 kilowatt, maar de subsidie van de warmteproductie is daarop verrekend. In de nieuwe SDE-subsidie is minder vollasturen aan restwarmte meegenomen. Ondanks de lagere weging van de energie uit restwarmte voor de subsidieregeling blijft deze restwarmte een belangrijk onderdeel bij een vergister met een WKK.
DLV Advies zet kanttekeningen bij het verwaarden van de restwarmte in de praktijk. Vaak wordt de warmte gebruikt om producten te drogen, maar dat vergt veel arbeid. Kansen voor nuttig gebruik van restwarmte zijn er wel wanneer een mestvergister wordt gecombineerd met een mestscheider en stikstofstripper. Op deze manier produceren veehouders een kunstmestvervanger uit hun eigen mest.