'SDE++ basisbedrag ligt voor hele looptijd van beschikking vast'

Het is niet wenselijk, en daarom niet mogelijk, om nadat een ondernemer een positieve SDE++ beschikking heeft gekregen opnieuw in een daaropvolgend jaar een SDE-aanvraag indient, enkel omdat in dat jaar de tarieven gestegen zijn. Dat meldt minister Jetten voor Klimaat en Energie aan de Tweede Kamer in een reactie op vragen van de VVD met betrekking tot de basisbedragen die in 2024 binnen de SDE++gelden bij monovergistingsprojecten.

In de SDE++ 2024 wordt de categorie voor monomestvergistingsprojecten opgesplitst in twee categorieën. Eén categorie geldt voor projecten met een vermogen tussen 110 kilowatt en 450 kilowatt met een basisbedrag van 0,1588 euro per kilowattuur. Dit komt overeen met 1,55 euro per kuub groen gas. De tweede categorie geldt voor projecten met een vermogen onder de 110 kilowatt met een basisbedrag van 0,2187 euro per kilowattuur. Dit komt overeen met 2,14 euro per kuub groen gas.


Het basisbedrag in de SDE++ voor monomestvergistingsprojecten was omgerekend 1,49 euro per kuub groen gas. Met name voor kleine veehouderijbedrijven die in 2023 in een monovergister investeerden is het bedrag dat ze via de SDE++ gegarandeerd krijgen aan merkelijk lager in vergelijking tot hun collega's die dat in 2024 doen. merken de vraagstellers van de VVD op.


Nadat een project een aanvraag heeft ingediend en op basis daarvan een beschikking heeft gekregen, ligt het basisbedrag vast over de hele looptijd van de beschikking en dit was voor de aanvragers duidelijk, aldus Jetten. Bij veehouders was op het moment van aanvragen in 2023 bekend dat hij het Planbureau voor de Leefomgeving had gevraagd om voor de openstelling in 2024 te adviseren over een passende categorie voor kleinschalige monomestvergistingsprojecten. RVO.nl heeft hen daar ook actief op gewezen, stelt de minister.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 01/05/2024
Publicatie: 01-05-2024