Vlaanderen rekent op nieuwe derogatie na instemming van parlement met MAP6
Op woensdag 22 mei werd het 6de mestactieprogramma voor de periode 2019-2022 (MAP6) goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Met MAP6 worden gerichte maatregelen genomen om de waterkwaliteit te verbeteren. Met de goedkeuring van MAP6 verwacht Vlaanderen een verlenging van de derogatie voor de periode 2019-2022 door de Europese Commissie. De Europese Lidstaten hebben in het nitraatcomité van 27 maart al een positief advies gegeven over de Vlaamse derogatie. Nu moet de Europese Commissie het derogatiebesluit nog definitief goedkeuren, waarna het kan geïmplementeerd worden in Vlaamse wetgeving.
In MAP 6 ligt de nadruk op goede bemestingspraktijken, met de juiste dosis, de juiste mestsoort, op het juiste tijdstip en gebruik van de juiste bemestingstechniek. Er is gekozen voor een meer verfijnde indeling van Vlaanderen in 4 gebiedstypes:
Extra maatregelen voor gebiedstypes 2 en 3
In de gebiedstypes 1, 2 en 3 moeten waar mogelijk tegen 15 september vanggewassen worden ingezaaid na de oogst. In de gebiedstypes 2 en 3, goed voor 40% van het areaal landbouwgrond, wordt de maatregel in verband met de vanggewassen nog verder aangescherpt en worden extra maatregelen opgelegd. Zo geldt daar ook een lagere bemestingsnorm voor werkzame stikstof en moet het transport na 1 augustus gebeuren met erkende mestvoerders met AGR-GPS. Om innovatie te stimuleren kunnen boeren in de toekomst ook kiezen voor equivalente maatregelen, als alternatief voor de gebiedsgerichte maatregelen. Ook kunnen boeren die via het nitraatresidu op hun bedrijf aantonen dat ze goed werken, worden vrijgesteld van bepaalde maatregelen.
Aandacht voor handhaving
De bestaande generieke maatregelen worden versterkt door een doeltreffende handhaving. Er wordt een digitaal kunstmestregister ingevoerd voor boeren en kunstmesthandelaren. Uitbaters van mestverwerkingsinstallaties zullen debietmeters moeten installeren om hun werking te staven. Verder zet de Mestbank in op de optimalisatie van de bestaande controleprocessen met gerichte bedrijfsinspecties na risicoanalyse, terreincontroles en nitraatresiducontroles. Om de kwaliteit van de bemestingsadviezen te verbeteren en de toepassing ervan door de boeren te verhogen, komt er vanaf 2021 een certificering voor de bemestingsadvisering.
- gebiedstype 0: waterkwaliteitsdoelstelling is gehaald
- gebiedstype 1: waterkwaliteitsdoelstelling is in zicht
- gebiedstype 2: middelgrote afstand tot de waterkwaliteitsdoelstelling
- gebiedstype 3: grote afstand tot de waterkwaliteitsdoelstelling
Extra maatregelen voor gebiedstypes 2 en 3
In de gebiedstypes 1, 2 en 3 moeten waar mogelijk tegen 15 september vanggewassen worden ingezaaid na de oogst. In de gebiedstypes 2 en 3, goed voor 40% van het areaal landbouwgrond, wordt de maatregel in verband met de vanggewassen nog verder aangescherpt en worden extra maatregelen opgelegd. Zo geldt daar ook een lagere bemestingsnorm voor werkzame stikstof en moet het transport na 1 augustus gebeuren met erkende mestvoerders met AGR-GPS. Om innovatie te stimuleren kunnen boeren in de toekomst ook kiezen voor equivalente maatregelen, als alternatief voor de gebiedsgerichte maatregelen. Ook kunnen boeren die via het nitraatresidu op hun bedrijf aantonen dat ze goed werken, worden vrijgesteld van bepaalde maatregelen.
Aandacht voor handhaving
De bestaande generieke maatregelen worden versterkt door een doeltreffende handhaving. Er wordt een digitaal kunstmestregister ingevoerd voor boeren en kunstmesthandelaren. Uitbaters van mestverwerkingsinstallaties zullen debietmeters moeten installeren om hun werking te staven. Verder zet de Mestbank in op de optimalisatie van de bestaande controleprocessen met gerichte bedrijfsinspecties na risicoanalyse, terreincontroles en nitraatresiducontroles. Om de kwaliteit van de bemestingsadviezen te verbeteren en de toepassing ervan door de boeren te verhogen, komt er vanaf 2021 een certificering voor de bemestingsadvisering.
Bron:
VLM, 22/05/2019
Publicatie: 29-05-2019