NVP verzet zich tegen afroming bij transactie in productierechten voor pluimvee

Donderdag 25 april vond er een debat plaats van de commissie Landbouw in de Tweede Kamer. Daarin werd gesproken over het voorstel van een plan van aanpak voor de mestcrisis dat minister Adema van LNV naar de Tweede Kamer had gezonden. Daarin stelt de minister onder andere een afromingspercentage bij transacties in productierechten voor de verschillende veehouderijsectoren voor. De Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) verzet zich daartegen. 

De NVP stelt dat 95% van de pluimveemest niet op Nederlandse grond wordt uitgereden. Problemen met de water- en bodemkwaliteit hangen dus niet samen met het gebruik van pluimveemest, stelt de NVP en door het afromen van de pluimveerechten bij transacties zal ook geen extra plaatsingsruimte voor mest ontstaan.


Doordat in de vleeskuikensector op grote schaal wordt omgeschakeld naar een systeem binnen het Beter Leven-keurmerk met 1 ster worden in deze sector bovendien al aanzienlijk minder dieren gehouden in vergelijking tot enkele jaren geleden. De pluimveesector zal daardoor het sectorale plafond voor stikstof en fosfaat in dierlijke mest ook niet overschrijden.


Minister Adema gaat zijn plannen nader uitwerken en zal ze dan over 4 weken opnieuw aan de Tweede Kamer voorleggen. Met het afromen van productierechten bij de transacties wordt de pluimveesector op onjuiste gronden ontwikkelkansen ontnomen, stelt de NVP. De organisatie zal dat de komende weken nadrukkelijk onder de aandacht brengen bij partijen in de Tweede Kamer.

Bron: NVP, 29/04/2024
Publicatie: 29-04-2024