'Mestproductieplafond voor 2025 is zonder krimp van de veestapel onhaalbaar'

Om de mestproductie in de Nederlandse veehouderij te verlagen en onder het productieplafond voor 2025 te krijgen zijn er in principe maar twee mogelijkheden, stelt voorzitter Gerard Velthof van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet. Dat zijn een efficiënter gebruik van de mineralen in het voer of het houden van minder dieren. De reductie in mineralenproductie via de mest die via aanpassingen in het voer gerealiseerd kan worden is beperkt. Velthof voorziet dat ook een krimp van de veestapel nodig is om het doel voor 2025 te halen. Hij zei dat donderdag 18 april tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer. 

Nederland heeft in de derogatieverordening met de Europese Commissie afgesproken dat het productieplafond voor fosfaat in dierlijke mest in 2025 naar 135 miljoen kilo gaat en het dat het plafond voor stikstof op 440 miljoen kilo komt te liggen. Het betekent dat de mestproductie in een jaar met circa 7% verlaagd moet worden.


Velthof ziet kansen om de stikstofproductie in mest omlaag te brengen door aanpassingen in het rantsoen van melkvee. Vorig jaar was het ruw eiwitgehalte in het rantsoen 165 gram per kilo droge stof en wanneer dat terug wordt gebracht tot 155 gram per kilo zou dit zorgen voor 23 miljoen kilo minder stikstof in de mest. Het verlagen van het fosfaatgehalte in rundveemest is lastig.


Mogelijk is er binnen de varkenshouderij nog wel wat te bereiken in minder fosfaatproductie in dierlijke mest via de keuze voor andere grondstoffen en het toevoegen van beperkende aminozuren of via inzet van het fytase. Bij pluimvee zijn weinig mogelijkheden om via het voer een verlaging te bewerkstelligen.


Met alleen voermaatregelen kan de reductiedoelstelling voor stikstof en fosfaat in dierlijke mest niet gehaald worden, denkt Velthof. Hij acht daarvoor ook een inkrimping van de veestapel nodig. Andere opties zijn er volgens hem niet.

Bron: Boerderij, 19/04/2024
Publicatie: 22-04-2024