'Mogelijkheden om op korte termijn meer afzetruimte voor mest te vinden zijn beperkt'

Door aanscherping van het mestbeleid neemt de plaatsingsruimte voor dierlijke mest in Nederland in 2026 in vergelijking tot 2026 met ongeveer 65 miljoen. Dat is een afname van 17%. Maatregelen om de plaatsingsruimte te vergroten zijn er maar beperkt, stelt voorzitter Gerard Velthof van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet. Hij zei dat donderdag 18 april tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer. 

In theorie is er wel ruimte om nog meer dierlijke mest binnen Nederland te plaatsen. Op akkerbouwgrond op zandgrond wordt nu gemiddeld 120 kilo stikstof uit dierlijke mest gebruikt. Op kleigrond is dit 80 kilo per hectare. Met een gebruiksnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest, zijn er in theorie afzetkansen. Velthof benadrukt echter dat akkerbouwers vaak om landbouwkundige redenen voor kunstmest kiezen.


Daarnaast wijst de wetenschapper er op dat de fosfaatruimte de beperkende factor zijn, om nog meer dierlijke mest op bouwland aan te wenden. De Europese toelating van Renure-mestproducten als alternatief voor kunstmest kan wel voor extra afzetruimte voor dierlijke mest gaan zorgen. Het is echter nog niet duidelijk welke meststoffen en welke mestverwerkingstechnieken toegelaten worden en onder welke omstandigheden deze meststoffen ingezet mogen worden.

Bron: Boerderij, 19/04/2024
Publicatie: 22-04-2024