'Nederland opereert in Europese Unie te voorzichtig bij het mestdossier'
Bleker vindt dat Nederland te veel handelt uit vrees voor inbreukprocedures en boetes van de Europese Commissie. Hij wijst er op dat de Europese Commissie jaarlijks circa 900 van dergelijke procedures start tegen lidstaten, waarvan tussen de 20 en 30 tegen Nederland. In 90% van de gevallen weten de lidstaten de Europese Commissie alsnog een compromis te bereiken. In de overige 10% volgt een procedure bij het Europese Hof en bij ongeveer 1% van de zaken volgt uiteindelijk een boete.
Bleker zou graag zien dat de Tweede Kamer grondig liet onderzoeken wat er gebeurt wanneer Nederland besluit om flexibeler met de huidige derogatiebeschikking om te gaan. In zo'n onderzoek zou gekeken moeten worden naar de gevolgen wanneer het overgrote deel van de derogatiebeschikking door Nederland gerespecteerd blijft worden, maar er op specifieke punten aanpassingen worden doorgevoerd. Hij denkt dan aan het verlagen van de productieplafonds voor fosfaat en stikstof en het aanwijzen van de nutriënt verontreinigde gebieden.
Bleker vindt dat er ook voldoende grond bestaat om de afbouw van derogatievoorwaarden op grasland ter discussie stellen. Europese regels moeten uitvoerbaar zijn en mogen niet ontwrichtend zijn en volgens Bleker speelt dit momenteel voor Nederland. Zo ontbreekt het aan voldoende slachtcapaciteit om de melkveestapel in korte tijd sterk in te krimpen. Ook ontstaat er extra risico op milieuschade, omdat boeren soms zo in de knel zitten met hun mestoverschot dat ze uit overmacht gedwongen worden een milieudelict te plegen.