Sensoren meten de ammoniak- en broeikasgasemissies op proefboerderij De Marke
Het meten van de emissies is niet eenvoudig, want het is een stal met natuurlijke ventilatie. De zijkanten van de stal zijn open: daar komt frisse lucht de stal in, die opwarmt en via ventilatieopeningen in de nok van het dak weer wordt afgevoerd. Om die reden hangen de meeste sensoren een paar meter onder de nok. Daar meten de sensoren de concentraties ammoniak en methaan, die worden omgerekend naar de emissie van de stal.
Omdat een melkveebedrijf ook emissies buiten de stal heeft, zal in een latere fase ook daar worden gemeten, bijvoorbeeld tijdens het uitrijden van de mest op het land. Ook willen onderzoekers de ammoniak- en methaanconcentraties in de omgeving van het bedrijf meten, om een completer beeld te krijgen van de milieu-impact van het proefbedrijf. De Marke heeft op papier een ammoniakuitstoot heeft van 11,8 kilo ammoniak per dierplaats per jaar, maar dat de feitelijke uitstoot ligt volgens metingen op ongeveer 6 kilo.
Er hangen nu drie draden over de lengte van de stal met daaraan sensoren van verschillende bedrijven. Naast de sensorsystemen met meetleiding is er een open pad-meting, waarbij een laserstraal de ammoniak- en methaanconcentratie in de stal meet. Dit systeem, van onderzoeksinstituut OnePlanet in Wageningen, kan een alternatief zijn voor de sensorsystemen, maar is nog niet uitontwikkeld.
Buiten op het erf staan 7 sensorpalen. Deze palen gaan niet de precieze emissies van het bedrijf meten, maar metingen van deze sensoren zijn bedoeld om gebeurtenissen beter te duiden, zoals het uitrijden van mest. Op basis van inzicht in concentraties en patronen, kunnen veehouders mogelijk een strategie ontwikkelen om de emissies omlaag te brengen.