Drijfmest koelen zorgt voor minder methaanemissie

De vorming van methaan uit drijfmest is afhankelijk van de temperatuur. Als de temperatuur van mest daalt tot onder de 8 graden Celsius, is er vrijwel geen methaanvorming meer. Van dit principe kan gebruik worden gemaakt om de methaanemissie uit drijfmest te verlagen door de mest te koelen, aldus projectbegeleiders van het Netwerk Praktijkbedrijven. Ook de emissie van ammoniak is minder bij een lage temperatuur.

De temperatuur van de mest in de kelder wordt beïnvloed door  de staltemperatuur en ook door de grondwaterstand. Bij een hoge grondwaterstand komt de temperatuur van de mest dichtbij de temperatuur van het grondwater. Mest koelen kan onder andere door de mest over te pompen naar een opslag buiten de stal. De ideale externe mestopslag is licht van kleur, zodat deze zonlicht reflecteert, en staat in de schaduw.


Daarnaast is het mogelijk om de mest actief te koelen via een koelinstallatie. Er zijn systemen op de markt die mest langs een warmtewisselaar pompen en zo de warmte overdragen. Ook bestaan er koeldeksystemen met drijvende koelelementen in de mestkelder. Een koelinstallatie vraagt elektriciteit en levert warmte op. Door deze elektriciteit op te wekken met zonnepanelen kunnen de kosten worden verlaagd. De warmte uit mest kan binnen het bedrijf nuttig worden ingezet

Bron: Veeteelt, 20/03/2024
Publicatie: 21-03-2024