Nutriëntconcentraties in oppervlaktewater voldoen op 55% van de meetlocaties
Door de aansluiting van woningen op het riool, zuivering van afvalwater en vermindering van emissies van de industrie zijn de nutriëntengehalten gedaald. De invoering van milieuwetten in de landbouw hebben sinds 2000 geleid tot vermindering van de uit- en afspoeling van nutriënten naar oppervlaktewater.
De concentraties verschillen sterk tussen de watertypen. De hoogste fosforconcentraties zijn gemeten in de brakke wateren. Dat heeft een natuurlijke oorzaak door de zoute kwel. De sloten hebben ook een hoge fosforconcentratie. Bij de stikstofconcentraties zijn de concentraties minder verschillend tussen de soorten waterlichamen. Bij beide nutriënten zijn de concentraties in de beken gedaald, waarbij vooral de erg hoge concentraties sterk zijn verminderd.
De normen voor de nutriënten zijn in de Kaderrichtlijn Water vastgelegd waarbij voor de verschillende watertypen een specifieke norm is vastgelegd. Voor de natuurlijke en sterk veranderde wateren is dat de 'Goede Ecologische Toestand' en voor de sloten en kanalen geldt het 'Goed Ecologisch Potentieel'. Deze normen gelden voor het zomergemiddelde.
- De doelstelling voor beken is 0,11 milligram fosfor en 2,3 milligram stikstof per liter.
- De doelstelling voor rivieren is 0,14 milligram fosfor en 2,5 milligram stikstof per liter
- De doelstelling voor sloten is 0,22 milligram fosfor en 2,4 milligram stikstof per liter.
- De doelstelling voor meren varieert van 0,02 tot 0,04 milligram fosfor en 0,08 tot 1,0 milligram stikstof per liter afhankelijk van het type.
- In de doelstelling voor kanalen is er een onderscheid in niet bevaarbare en bevaarbare kanalen, dat is dan respectievelijk 0,15 milligram en 0,25 milligram fosfor per liter en 2,8 milligram en 3,8 milligram stikstof per liter.
Per waterlichaam kunnen deze normen worden aangepast aan de specifieke situatie, wat bij een kwart van de meetpunten het geval is.