‘Monomestvergisting heeft een belangrijke rol in de energie- en landbouwtransitie’
Uit de publicatie blijkt dat een gecombineerde aanpak van de inzet van verse mest, monomestvergisting en stikstofstrippen een interessante potentie in zich draagt voor zowel de energie- als landbouwtransitie. Rabobank ziet vanuit het perspectief van de ondernemer op dit moment tien aandachtspunten om deze potentie waar te maken, namelijk:
- Aanvoer van voldoende verse mest. Voor een robuuste businesscase en bedrijfsvoering is een minimaal volume van circa 15.000 m3 verse mest wenselijk.
- Afhankelijk van onder meer de schaal van de installatie zijn vergunningen nodig voor monomestvergisting.
- Borging emissiereductie. Voor vergunningverlening voor veehouders en voor overheden om wettelijke doelen te halen moet de gerealiseerde emissiereductie (juridisch) worden geborgd.
- Aansluiting energie-infrastructuur. Het geproduceerde groen gas moet worden ingevoed op het aardgasnet en in sommige gevallen is een verzwaarde elektra-aansluiting nodig. Dit kan lastig zijn voor congestiegebieden.
- Stabiele/voldoende marktopbrengsten. Er dienen stabiele en voldoende financiële inkomsten uit de verwaarding van groen gas (certificaten) in de markt te zijn.
- Stabiele / voldoende duurzame energiesubsidies. Van belang zijn SDE-subsidies die voldoende zijn om tekorten uit marktopbrengsten te compenseren. Dit geldt ook voor installaties op bedrijfsniveau.
- Beleid kunstmestvervangers. Stikstofstrippen wordt gestimuleerd door de erkenning van kunstmestvervangers en maakt de gecombineerde aanpak financieel en maatschappelijk interessanter.
- Juiste kennis en kunde. Monomestvergisting vraagt veel kennis, onder meer van vergisting als microbiologisch proces en van verwaarding van groen gas (certificaten).
- Voldoende tijd en capaciteit. Een monomestvergistingsinstallatie runnen vergt tijd en aandacht waarvoor een ondernemer/medewerker de ruimte moet hebben.
- Robuuste businesscase voor financiering. De businesscase moet rond rekenen en kasstromen moeten voor de lange termijn voorspelbaar zijn voor de financier.
Conclusie
Volgens Rabobank kan monomestvergisting een rol vervullen in zowel de energie- als landbouwtransitie. Monomestvergisting heeft namelijk verschillende potentiële voordelen: groen gasproductie, emissiereductie (ammoniak en broeikasgassen), vervangen van kunstmest, versterken van kringlooplandbouw en het bieden van een extra verdienmodel voor agrariërs. Echter is monomestvergisting geen oplossing voor het mestoverschot, omdat het digestaat dat uit de vergister komt het reguliere mestcircuit weer in gaat. Rabobank benadrukt dat het belangrijk is dat wordt ingezet op een gecombineerde aanpak om de mogelijke voordelen maximaal te realiseren. Dit houdt in het gebruiken van verse mest, monomestvergisting en stikstofstrippen.
Er zijn tien aandachtspunten geïdentificeerd om de uitrol van deze aanpak van monomestvergisting te stimuleren. Het bekende knelpunt is vergunningverlening. Daarnaast zijn er ook zorgen voor voldoende schaal, juridische (h)erkenning van emissiereductie van ammoniak door praktijkmetingen, marktstimulering door instelling van de bijmengverplichting voor de gebouwde omgeving en EU-goedkeuring voor het gebruik van kunstmestvervangers (RENURE).
Er moet nog heel wat gebeuren om de ambities op het gebied van groen gas en de landbouwtransitie waar te maken, aldus Rabobank. Alhoewel monomestvergisting niet het antwoord is om alle doelen en ambities waar te maken, kan het wel een substantiële bijdrage leveren. Ondernemers, de agrarische sector, de energiesector en overheden zijn aan zet om de tien aandachtspunten aan te pakken, zodat de potentie van deze techniek volledig benut kan worden.
De volledige publicatie is te lezen via deze link.
