Stikstofuitscheiding in mest lag in 2023 nog 7% boven het plafond van 2025
In 2023 bleef de stikstofuitscheiding in de mest van koeien, varkens, kippen en ander vee 4 procent onder het voor 2023 geldende stikstofplafond van 489,4 miljoen kilogram. In 2025 wordt het stikstofplafond aangescherpt tot 440 miljoen kilogram stikstof. Melkkoeien en het bijbehorende jongvee scheidden 277 miljoen kilogram stikstof uit, 2,8% meer dan in 2022. De stikstofuitscheiding van varkens en pluimvee daalde met 2,8% tot 138 miljoen kilogram.
De fosfaatuitscheiding in dierlijke mest nam af ten opzichte van 2022, en bleef daarmee 5 miljoen kilogram onder het fosfaatplafond van 2023. De fosfaatproductie van de melkveesector bedroeg 74 miljoen kilogram. Varkens en pluimvee produceerden samen 55 miljoen kilogram fosfaat. In 2025 wordt het fosfaatplafond verlaagd tot 135 miljoen kilogram fosfaat.
Dat de melkveehouderij meer stikstof maar minder fosfaat produceerde, komt onder andere door de samenstelling van het ruwvoer, zoals kuilgras en snijmaïs. Door weersomstandigheden was het stikstofgehalte van het kuilgras, dat in 2023 aan vee werd gevoerd, hoger, en het fosforgehalte lager vergeleken met een jaar eerder.
De uitscheiding van stikstof en fosfaat via de mest van varkens en pluimvee is gedaald, omdat er minder van deze dieren worden gehouden. De mestproductie van het overige vee, zoals vleesrundvee, paarden, pony’s, schapen en geiten, bleef in 2023 gelijk aan het niveau van 2022 met 55 miljoen kilogram stikstof en 16 miljoen kilogram fosfaat.