NVWA controleert extra op juiste bemestingmethode van niet-beteeld bouwland
De inzet van een emissiearme techniek zorgt voor een betere benutting en minder vervluchtiging van ammoniak, waardoor de methode het meest kosten effectief is. Wanneer de NVWA vaststelt dat dierlijke mest niet emissiearm is aangewend, kan dat bovendien resulteren in een boete geven en een korting op de subsidie in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.
In de wettelijke voorschriften staat dat mest toepassen op of in bouwland alleen mag via een gesloten systeem. Dat betekent een verbod op het gebruik van apparatuur die de mest van enige hoogte op de grond sproeit. Dat is ook zo voor apparatuur waarin de mest in een onafgesloten systeem naar de grond vloeit.
Vaste mest uitrijden op bouwland moet ook emissiearm gebeuren. Het uitrijden mag in twee direct opeenvolgende werkgangen. Het mag bovengronds wanneer de mest in de werkgang daarna wordt ondergewerkt. Er mag na bewerking geen mest meer te zien zijn. Dat gebeurt door de mest met voldoende grond te bedekken of door die intensief door de grond te mengen. Er blijft een mestvrij grondoppervlak over. In deze situatie moeten er het grootste deel van de tijd twee machines op het perceel aan het werk zijn.
Drijfmest uitrijden in of op bouwland of niet-beteelde grond mag in één werkgang met dezelfde machine en met een systeem dat helemaal tot de grond gesloten is. Dit zijn daarbij de mogelijkheden:
- De drijfmest gaat via sleufjes de grond in, de sleufjes zijn maximaal 5 centimeter breed en op niet-beteeld bouwland zijn de sleufjes minimaal 5 centimeter diep.
- De mest gaat de grond in om daarna zodanig met de grond te worden vermengd dat de mest niet meer zichtbaar is.
- De mest gaat op de grond om daarna te worden bedekt met grond of intensief door de grond te worden gemengd, zodat de mest niet meer zichtbaar is.