Veel Belgische bedrijven rijden verdunde mest uit op grasland

Uit een enquête binnen het Belgische project 'Betere bodem- en waterkwaliteit' geeft de helft van de 45 respondenten aan wel eens met water verdunde mest toe te dienen op grasland. Volgens de deelnemende boeren aan de enquête zijn er veel positieve effecten bij het gebruik van deze techniek, onder meer minder vervuiling van het gras, meer gewasopbrengst en minder ammoniakemissies. 

Van de deelnemers aan geven er 5 aan dat ze effluent gebruiken om mest te verdunnen bij het toedienen op grasland. Andere landbouwers bewust voor een dunnere mestsoort zoals zeugenmest of dunne fractie van rundermengmest voor hun grasland. Om de mest te verdunnen, gebruiken de veehouders meestal het water van de drinkbakken of het spoelwater van de melkstal of -robot.


Eén van de voordelen die wordt verwacht is een hogere grasopbrengst. Volgens Nederlands onderzoek zou er gemiddeld 20% meer grasopbrengst zijn op zandgrond. Naast het sneller indringen in de bodem en vermoedelijk beter contact van de mest met de bodemdeeltjes, kan de belangrijkste reden voor de meeropbrengst gezocht worden in het verminderen van de ammoniakemissie en dus extra stikstofaanbod.


Door water aan de mest toe te voegen blijft meer ammoniumstikstof opgelost in de mest bij toedienen en vervluchtigt er minder in de vorm van ammoniak. Zo wordt er meer stikstof ter beschikking gesteld voor het gewas. Het ammoniumgehalte en droge stofgehalte van mest bepalen de vervluchtiging van ammoniak. Ook de bodemtoestand en met name het vochtgehalte en een hoge pH-waarde kunnen ammoniakale emissies in de hand werken.


Ideale omstandigheden voor het beperken van ammoniakemissie zijn een vochtige maar niet volledig met water verzadigde bodem, een hoge luchtvochtigheid, windstil en bewolkt weer en een temperatuur lager dan 20°C. Een nadeel aan het verdunnen van drijfmest is een groter risico op zuurstofarme omstandigheden in de bodem, waardoor lachgas kan ontstaan. Ook extra transport van water zorgt voor meer CO2-emissie. Verder vraagt het extra arbeid en zijn er vaak extra analyses nodig. 

Bron: VILT, 16/02/2024
Publicatie: 16-01-2024