Rechter laat boete voor mesttransportbedrijf in stand
Dat het onderzoek van de toezichthouders is gestart vanwege het aantreffen van drugsafval in de mestputten, betekent volgens de rechter niet dat het rapport, nadat overtredingen van de Meststoffenwet door de toezichthouders zijn geconstateerd, niet aan het boetebesluit ten grondslag mag worden gelegd.
De rechtbank is met RVO.nl eens dat het transportbedrijf niet aannemelijk heeft gemaakte dat de landbouwbedrijven waarvoor de mest heeft vervoerd, op basis van een huurovereenkomst het exclusieve gebruiksrecht op de mestopslagen op de locatie van de vervoerder hebben verworven, waardoor die opslagen tot hun bedrijven kunnen worden gerekend.
Ten aanzien van de gestelde huur van de mestput door het andere landbouwbedrijf is de rechtbank van oordeel dat ook niet is gebleken dat sprake was van exclusiviteit van gebruik van een van de mestputten en van een realistische tegenprestatie. Dit betekent dat voor het transport van mest naar deze putten ten onrechte geen vervoersbewijzen zijn opgemaakt. Ook moest de mest worden bemonsterd.
De rechtbank in het met RVO.nl eens dat de vervoerder verwijtbaar heeft gehandeld. De transporteur had moeten nagaan of bij het vervoer van mest naar een andere locatie wel sprake was van bedrijfsintern transport en of er sprake was van geldige huurovereenkomsten. De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat een dergelijk onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.