Maatregelen genomen om aantal risico’s bij vergisting in te dammen
In 2017 is een proces- en risicoanalyse naar de Regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE+) en Regeling Garanties van Oorsprong uitgevoerd door Berenschot. Hieruit kwam vooral een aantal risico’s bij vergisting en in de warmteketen naar voren. Ook heeft Berenschot een aantal aanbevelingen gedaan. Er zijn grote stappen gezet om deze aanbevelingen te implementeren en er wordt gewerkt aan de laatste aanpassingen. Dat schrijft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer.
Vanuit de SDE+- regeling zijn producenten verplicht een bepaald percentage aan dierlijke mest te gebruiken bij de vergistingsmethode die zij hanteren. Voor covergisting gaat dit om ten minste 50%, aangevuld met coproducten en bij mono-mestvergisting gaat het om ten minste 95% dierlijke mest. Het blijkt in de praktijk moeilijk te controleren voor accountants of de verhouding aan biomassaproducten die producenten inzetten in hun co-vergistingsinstallaties volgens de richtlijnen is.
SDE+-subsidievoorwaarden gekoppeld aan Meststoffenwet
In de meststoffenwetgeving is opgenomen dat digestaat uit ten minste 50% dierlijke mest moet bestaan om op het land te mogen uitrijden. Hier wordt op gecontroleerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Door de SDE+-subsidievoorwaarden te koppelen aan Bijlage Aa van de meststoffenwetgeving kunnen accountants beter controleren of aan de 50% verplichting voldaan wordt. Door de SDE+-subsidievoorwaarden te koppelen aan de meststoffenwetgeving kan door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.n) ook een efficiëntere risicoanalyse gemaakt worden op basis waarvan de NVWA de mogelijkheid heeft om meer gericht bedrijfscontroles uit te voeren.
Onjuist afgegeven biomassaverklaringen co-vergisting
Producenten die voor de productie van duurzame energie gebruik maken van biomassa, zijn verplicht een jaarlijkse biomassaverklaring te laten opstellen door een accountant. Bij kleinere vermogens wordt door meetbedrijven een controle uitgevoerd. In deze biomassaverklaring verklaart de accountant, op basis van een gecontroleerde en door de producent aangeleverde biomassaverantwoording, dat uitsluitend biomassastromen zijn gebruikt die zijn toegestaan voor de categorie productie-installaties waarvoor subsidie is ontvangen. Er werd in het verleden slecht gecontroleerd op de feitelijke correctheid van de opgegeven mix van grondstoffen. De accountant kan deze controle nu beter uitvoeren aan de hand van de meststoffenwetgeving en de koppeling tussen de meststoffenwetgeving en de SDE+-subsidievoorwaarden.
Aanpassing in 2019
In 2019 is de categorie ‘co-vergisting’ niet meer opgenomen in de SDE+-regeling. Deze vorm van vergisting wordt nu geschaard onder de categorie ‘allesvergisting’. Hiermee valt het financiële voordeel weg dat producenten hadden als zij kozen voor co-vergisten. Hiermee vervalt de noodzaak tot controle op de 50% verhouding vanuit de SDE+-regeling voor toekomstige vergistingsprojecten.
Zie voor meer informatie de brief Maatregelen n.a.v. proces- en risicoanalyse SDE+/GVO-regeling op de site van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
SDE+-subsidievoorwaarden gekoppeld aan Meststoffenwet
In de meststoffenwetgeving is opgenomen dat digestaat uit ten minste 50% dierlijke mest moet bestaan om op het land te mogen uitrijden. Hier wordt op gecontroleerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Door de SDE+-subsidievoorwaarden te koppelen aan Bijlage Aa van de meststoffenwetgeving kunnen accountants beter controleren of aan de 50% verplichting voldaan wordt. Door de SDE+-subsidievoorwaarden te koppelen aan de meststoffenwetgeving kan door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.n) ook een efficiëntere risicoanalyse gemaakt worden op basis waarvan de NVWA de mogelijkheid heeft om meer gericht bedrijfscontroles uit te voeren.
Onjuist afgegeven biomassaverklaringen co-vergisting
Producenten die voor de productie van duurzame energie gebruik maken van biomassa, zijn verplicht een jaarlijkse biomassaverklaring te laten opstellen door een accountant. Bij kleinere vermogens wordt door meetbedrijven een controle uitgevoerd. In deze biomassaverklaring verklaart de accountant, op basis van een gecontroleerde en door de producent aangeleverde biomassaverantwoording, dat uitsluitend biomassastromen zijn gebruikt die zijn toegestaan voor de categorie productie-installaties waarvoor subsidie is ontvangen. Er werd in het verleden slecht gecontroleerd op de feitelijke correctheid van de opgegeven mix van grondstoffen. De accountant kan deze controle nu beter uitvoeren aan de hand van de meststoffenwetgeving en de koppeling tussen de meststoffenwetgeving en de SDE+-subsidievoorwaarden.
Aanpassing in 2019
In 2019 is de categorie ‘co-vergisting’ niet meer opgenomen in de SDE+-regeling. Deze vorm van vergisting wordt nu geschaard onder de categorie ‘allesvergisting’. Hiermee valt het financiële voordeel weg dat producenten hadden als zij kozen voor co-vergisten. Hiermee vervalt de noodzaak tot controle op de 50% verhouding vanuit de SDE+-regeling voor toekomstige vergistingsprojecten.
Zie voor meer informatie de brief Maatregelen n.a.v. proces- en risicoanalyse SDE+/GVO-regeling op de site van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Bron:
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 15/05/2019
Publicatie: 16-05-2019