'Belangstelling voor derogatievergunning bij melkveehouders gaat afnemen'

Het afbouwen van de derogatie betekent dat voor veehouders het derogatievoordeel jaarlijks kleiner wordt. DLV Advies merkt nu al dat veehouders eerder geneigd zijn om geen derogatievergunning meer aan te vragen en kiezen voor een groter areaal maïsland  Met meer mais in het rantsoen is het makkelijker om met een laag ureumgetal te realiseren en meer mais werkt tevens gunstig door in de bedrijfsspecifieke excretie. Dat scheelt een bedrijf in mestafzetkosten.

Wanneer veel melkveehouders afzien van derogatie en grasland scheuren bestaat de kans dat het areaal blijvend grasland meer dan 5% daalt ten opzichte van 2018. Dat is een grens die de overheid hanteert. Mogelijk komt er dan een herinzaaiplicht. Boeren zijn dan minder flexibel in hun grondgebruik. Er zijn veehouders die hier nu al op anticiperen door juist nu extra grasland te scheuren, zodat het niet meer als blijvend grasland in de boeken staat.


Landelijk gezien komt dat de milieudoelen niet ten goede. Voor een individuele veehouder kan het gunstig zijn om grasland te scheuren voor akkerbouwgewassen. Echter, zeker bij oud grasland is het risico op stikstofverlies groot als het grasland niet zo vroeg mogelijk wordt gescheurd, zodat de stikstof tijd heeft om te mineraliseren.

Bron: DLV Advies, 20/12/2023
Publicatie: 21-12-2023