Mestoverschot loopt richting 2030 op door verlies aan plaatsingsruimte

Om het mestoverschot in 2030 gelijk te houden aan dat van nu zou de veestapel in Nederland met 25% moeten krimpen. Dat stelde de Inge Regelink, onderzoeker 'Duurzaam bodemgebruik' binnen Wageningen Environmental Research tijdens de eindbijeenkomst van de regiodeal Kunstmestvrije Achterhoek op donderdag 23 november in Aalten. Een alternatief voor deze krimp is het produceren van 65 miljoen kilogram aan kunstmestvervangers, waarmee dan ongeveer 30% van de kunstmest moet worden vervangen.

De plaatsingsruimte voor stikstof in Nederland zal in 2030 met 25% zijn gedaald tot 286 miljoen kilogram. De benutting van de fosfaatruimte uit dierlijke mest loopt terug naar 64% omdat de stikstof in mest als beperkende factor geldt. Het overschot kan dan oplopen tot 140 miljoen stikstof hetgeen betekent dat er ten opzichte van nu 72 miljoen kilo extra aan stikstof moet worden verwerkt of geëxporteerd.


Een toelating van Renure-producten zou de situatie in 2030 kunnen verlichten. Daarbij wordt uitgegaan van een mestverwerkingssysteem waarbij 70% van de stikstof in een Renure-meststof belandt en de overige 30% en alle fosfaat in de dikke fractie. Daarbij zou de huidige verwerking van pluimveemest gecontinueerd moeten worden terwijl de uitvoer van dikke fractie na de verwerking van varkens- en rundermest wordt verdubbeld.

Bron: Stichting Biomassa, 24/11/2023
Publicatie: 20-12-2023