Sectorplan ‘Kringlopen en mest’ biologische landbouw

Biohuis heeft een sectorplan ‘Ambities voor kringloopsluiting’ opgesteld, waarin ze concrete voorstellen doen hoe de Nederlandse biologische landbouw stappen voorwaarts kan zetten om de kringloop nog biologischer en nog lokaler kan worden.

Biohuis is de vereniging van Nederlandse biologische boeren en tuinder, met – via vijftien dragende organisaties – ongeveer 1.000 leden. Biohuis heeft diverse werkgroepen op thema’s, waarvan de werkgroep ‘Mest’ er eentje is. Zij behandelt ook de vraag hoe de kringloopsluiting in de Nederlandse biologische landbouw verder verbeterd kan worden.

De situatie nu
Op dit moment zijn het voer, de mest en het strooisel van biologische boeren en tuinders slechts voor een deel van biologische oorsprong.
De regels voor biologische landbouw zijn vastgesteld in de Europese Verordening EU 2018/848. Het ministerie van LNV heeft SKAL aangesteld als controlerende instantie om dit in Nederland te controleren en certificeren.

Ten aanzien van mest is het zo dat men sinds 2010 werkt met een zogenaamde A/B-meststoffenbeleid. Een teler moet minimaal 70% A-meststoffen gebruiken (op basis van stikstof).
A-meststoffen zijn meststoffen van biologische oorsprong (bijvoorbeeld mest van biologische veehouders), B-meststoffen zijn toegestane meststoffen van niet-biologische oorsprong.

Ambitie
In het sectorplan worden de volgende aanpassingen voorgesteld, om de sector verder ‘biologisch en lokaal’ te maken:

  1. Per 2024 mag maximaal 20% van de stikstof uit gangbare dierlijke mest komen.
  2. Voor de andere B-meststoffen blijft het aandeel van max. 30% van kracht.
  3. Champost van biologische paddenstoelentelers moet verplicht naar biologische telers.
  4. Bedrijven mogen, net als nu, een ontheffing bij SKAL aanvragen voor specifieke omstandigheden, om bijvoorbeeld af te mogen wijken van het percentage A- en B-meststoffen.
  5. In 2024 wordt beoordeeld of het percentage gangbare mest per 2025 naar maximaal 10% kan.

Biohuis blijft zich hierbij inspannen bij LNV en SKAL om biologische veehouders uitgezonderd te houden van de mestverwerkingsplicht en ook van eventuele toekomstige GVE- en/of graslandnormen.

Strooisel
Het stro dat biologische veehouders gebruiken mag ‘gangbaar’ zijn, d.w.z. van niet-biologische oorsprong.
Biohuis zou ook hiervoor de term A-strooisel willen introduceren, zijnde biologisch geteeld stro (inclusief ‘omchakelstro’), houtsnippers, natuurmaaisel e.d.
In 2024 zou deze definitie moeten worden opgesteld om per 2025 een verplichting van 10% A-strooisel in te stellen. Hierbij waakt Biohuis ervoor dat dit percentage niet automatisch ieder jaar verhoogd gaat worden.

Voer
Volgens de EU-verordening moet minimaal 70% van het voer uit ‘de regio’ komen, waarbij de regio als Europese Unie wordt gedefinieerd.
Biohuis heeft de ambitie om per 2030 het voer voor herkauwers voor 100% uit geografisch Europa (dus ook uit landen buiten de EU) te betrekken. Hiervoor wil Biohuis een convenant met veevoerleveranciers opstellen met daarin een aantal routes om tot ‘Europees eiwit’ te komen, via bijvoorbeeld sojateelt, insectenkweek, dierlijke eiwitten in krachtvoer e.d.

Biohuis heeft de ambitie om stap voor stap steeds minder afhankelijk te worden van externe of gangbare inputs, maar doet dit oog voor haalbaarheid. Om de voortgang van deze ambitie te bewaken en om de voelsprieten met de praktijk te houden heeft Biohuis een aantal leden gevraagd om kringloopambassadeur te worden.


www.biohuis.org

Auteur: Jan Roefs
Bron: Biohuis
Publicatie: 12-12-2023