'Nieuwe meststromen moeten met beleid worden ingezet'

Drijfmest is voor de melkveehouderij nog altijd de belangrijkste mestsoort, maar als gevolg van regelgeving zijn er de laatste jaren diverse nieuwe meststromen ontstaan met een verschil in werking. Dat vergt wat meer detailkennis voor de gebruiker, stelt DLV Advies.

Bij monomestvergisting resteert digestaat. Dit restproduct uit de biogasinstallatie is al deels gefermenteerd en de stikstof komt zodoende sneller beschikbaar dan uit drijfmest. De effectieve organische stof in digestaat bedraagt circa 19 kilo per kuub, terwijl dat in drijfmest op 30 kilogram per kuub ligt. Door het hogere ammoniumgehalte van circa 3,1 kilo per kuub is het risico op uitspoeling en vervluchtiging van stikstof groter dan bij niet-vergiste mest.


De dikke fractie van gescheiden mest is fosfaatrijk met circa 4,4 kilo per ton. Gemiddeld bevat het 74 kilo effectieve organische stof in per kuub. De dikke fractie is amper uitspoelingsgevoelig, die kan dus al vroeg op grasland worden uitgereden. Ook is de dikke fractie uiterst geschikt voor het bemesten van bouwland.


De dunne fractie bevat circa 3,2 kilo stikstof en 6,1 kilo kalium per kuub. Het is door de snel opneembare mineralen een snel werkende meststof. Vanwege het risico op uitspoeling is het advies om het pas vanaf de tweede snede uit te rijden. Het gehalte organische stof ligt lager dan bij drijfmest.


Spuiwater op basis van ammoniumsulfaat uit de luchtwasser bevat gemiddeld 7,5% stikstof, maar ook 6,5 kilo zwavel per kuub. Dit product moet apart worden uitgereden, met geschikte apparatuur. Bij toepassing is het advies om dit te combineren met drijfmest. Het hoog gehalte aan zwavel betekent dat het grasland minder koper en selenium opneemt, wat op den duur gevolgen kan hebben voor de vruchtbaarheid van de koeien.


Ammoniumnitraat bevat gemiddeld 15% stikstof. Het is vergelijkbaar met KAS met een aandeel van 50% ammonium en 50% nitraatstikstof. Met het oog op de uitspoelingsgevoeligheid is dit een prima meststof voor in de zomer. Er is in de praktijk nog niet zo veel ervaring mee opgedaan.


Mineralenconcentraat ontstaat door ultrafiltratie van drijfmest, gevolgd door omgekeerde osmose. Het bevat gemiddeld bijna 7% stikstof, en kali. Het wordt uitgereden als kunstmest, maar het heeft een lagere werkingscoëfficiënt dan kunstmest. Het product is wel goedkoper dan kunstmest.

Bron: DLV Advies, 29/11/2023
Publicatie: 29-11-2023