Minder eiwit voeren voor minder mestafzet op melkveebedrijf
Dat een lager gehalte aan ruw eiwit in het rantsoen voor minder mestafzet zorgt, heeft te maken met de eigen productie van stikstof in dierlijke mest. De afvoer wordt bepaald door de eigen productie van stikstof minus de hoeveelheid die op het eigen bedrijf te plaatsen is. De plaatsingsruimte ligt vast. Het is dus van belang om te sturen op de stikstofproductie in de mest. Fat kan door aandacht voor het ureumgetal of door te sturen via de ‘stikstofexcretie van de BEX’.
Sturen op mestafzet via het ureumgetal heeft alleen zin als een bedrijf met het forfaitaire spoor werkt. Wanneer dan de totale stikstofproductie in de mest wordt bepaald via ‘tabel 6 die RVO.nl hanteert dan zijn daarbij de melkproductie per koe en het ureumgehalte van de tankmelk leidend. Bij een bedrijf met 43 hectare, 100 koeien, een productie van 8.000 kilo per koe en mestafzetkosten van 20 euro per kuub zorgt een ureumgetal dat met 1 punt daalt voor 750 euro besparing in mestafzetkosten.
Sturen op de stikstofexcretie via de BEX is een speerpunt binnen het project 'Koe en eiwit', waarin de deelnemers streven naar 155 gram ruw eiwit per kilo droge stof in het rantsoen van de gehele veestapel. Gemiddeld was het gehalte in het rantsoen van de Nederlandse bedrijven in 2022 ongeveer 161 gram per kilo droge stof. Bij een bedrijf met 43 hectare, 100 koeien, een productie van 8.000 kilo per koe en mestafzetkosten van 20 euro per kuub zorgt een een daling van het eiwitgehalte met 5 gram per kilo droge stof voor ruim 2500 euro minder kosten voor de mestafzet.
Minder eiwit in het rantsoen zal meestal ook leiden tot minder stikstof in de mest. Het stikstofgehalte van 4 kilo per ton kan wat lager worden. Dat zou betekenen dat het financieel voordeel van minder eiwit voeren ook iets lager wordt. Want door een lager stikstofgehalte in de mest moeten weer meer tonnen mest afgevoerd worden. Als bijvoorbeeld wordt gerekend met een stikstofgehalte van 3,8 kilo in plaats van 4,0 kilo stikstof per ton mest, dan daalt het financieel voordeel van ruim 2500 euro naar ruim 2250 euro.