Aandacht voor afbouw derogatie binnen Koeien & Kansen

In de komende jaren wordt de derogatie afgebouwd, zodat de plaatsingsruimte van dierlijke mest op melkveebedrijven in 2026 begrensd zal zijn tot 170 kilo stikstof per hectare. In het project Koeien & Kansen zijn deelnemers en adviseurs gevraagd naar de verwachte gevolgen hiervan. De meeste deelnemers denken dat niet alleen het gebruik van dierlijke mest maar ook de bemestingsruimte van werkzame stikstof zal afnemen. Ze zoeken hiervoor duurzame oplossingen.

Bij een gebruiksruimte van dierlijke mest die overeenkomt met 170 kilo stikstof per hectare zal fosfaatkunstmest nodig zijn om onbedoeld uitmijnen van de bodem te voorkomen en zal stikstofkunstmest nodig zijn om te voorzien in de stikstofbehoefte van vooral grasland. Ook zal veel mest moeten worden afgevoerd.


Praktisch alle deelnemers aan Koeien & Kansen hebben interesse voor RENURE-meststoffen. Dit is de aanpak waarbij een deel van de dierlijke mest na bewerking tot een dunne fractie met een stikstofwerking die zoveel mogelijk in de buurt komt van kunstmest niet van het melkveebedrijf hoeft te worden afgevoerd, maar kan worden geplaatst in de kunstmestruimte. Het is belangrijk dat deze aanpak op het melkveebedrijf zelf landbouwkundig en milieukundig goed functioneert. Een aandachtspunt daarbij is het niveau van werkzame stikstof bij toepassing van RENURE-mestproducten.


Veel deelnemers verwachten dat het niveau van werkzame stikstof in 2026 lager zal zijn dan de niveaus die nu gelden. Veel Koeien & Kansen-bedrijven willen werken aan het beter benutten van stikstof en fosfaat uit dierlijke mest. Ook willen ze inzetten op meer inzet van stikstofbinding met grasklaver-mengsels. Melkveehouders verwachten ook meer inzet van kunstmest als oplossing, hoewel dat niet hun voorkeur heeft.


Daarnaast zullen deelnemers ook manieren zoeken om organische mest van plantaardige oorsprong te gebruiken. Ze noemen ook het vergroten van het aandeel mais en andere voergewassen die minder stikstof vergen dan gras. Voor een deel zullen deelnemers de situatie zoals die zich ontwikkelt ook accepteren; mogelijk omdat niet voldoende resultaat wordt verwacht van andere opties.


Veel deelnemers geven ook aan naar nieuwe afnemers van dierlijke mest te moeten zoeken. Het moment van mestafvoer zal veranderen naar later in het jaar. Om nog voldoende mest te hebben en zelf beter te kunnen bepalen wanneer mest wordt afgevoerd, overwegen velen om de mestopslagcapaciteit te vergroten. De beweiding zal onder druk staan omdat daardoor onvoldoende mest kan worden verzameld voor mestafvoer en bemesting als drijfmest.

Bron: Verantwoorde Veehouderij, 06/11/2023
Publicatie: 06-11-2023