Verdund aanwenden van mest op zandgronden verlaagt emissie niet

Minister Adema van LNV kiest er voor om de managementmaatregel 'Mest verdunnen op zandgrond' niet langer door te zetten bij het streven naar verlaging van de ammoniakemissie. Aanleiding vormen de resultaten van onderzoek dat Wageningen University & Research heeft uitgevoerd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een gunstig effect op de ammoniakemissie door het verdund toedienen van mest met een zodenbemester aan grasland op zandgrond. Dat meldt de minister aan de Tweede Kamer.

Het toedienen van drijfmest aan grasland op zandgrond vindt voor het grootste deel plaats met de zodenbemester. Vergeleken met oppervlakkige toediening wordt hiermee al een belangrijke reductie van de ammoniakemissie bereikt. Verdere reductie van de ammoniakemissie is wellicht mogelijk door de mest te verdunnen met water.


Uit onderzoek naar verdunde mestaanwending in grasland op veen- en kleigrond met een sleepvoet of sleufkouter is gebleken dat de ammoniakemissie door het verdunnen van de mest lager is. Op zandgronden wordt het verdunnen van mest nog maar beperkt toegepast mede als gevolg van de beperkte beschikbaarheid van oppervlaktewater. Het kabinet had daarom het voornemen om bedrijven middels een subsidieregeling te stimuleren regenwater van staldaken en op het erf op te vangen om daarmee de mest te kunnen verdunnen.

In het kader van de managementmaatregelen melkveehouderij ten behoeve van de reductie van de ammoniakemissie is in 2021 met de partijen in de coalitie 'Toekomstige melkveehouderij' afgesproken er naar te streven dat in 2025 de helft van de mest die met een zodenbemester in grasland op zandgrond wordt uitgereden, verdund wordt aangewend in een verhouding van 2 delen mest op 1 deel water. De effectiviteit van de maatregel op zandgrond zou moeten blijken uit een meerjarig onderzoek uitgevoerd door Wageningen University & Research.


In dit onderzoek is in 2020 en 2021 op twee locaties een maaiproef op zandgrond aangelegd, waarbij het effect van het toedienen van verdunde mest in twee verdunningen is vergeleken met het toedienen van onverdunde mest en een controle zonder mesttoediening. In het onderzoek werd niet alleen de ammoniakemissie meegenomen, maar is ook gekeken naar het effect op de droge stofopbrengst, de stikstofopbrengst en de emissie van lachgas. De onderzoekers vonden geen significante opbrengstverschillen tussen de objecten met onverdunde mest en verdunde mest.


De ammoniakemissie blijkt sterk afhankelijk van de weersomstandigheden tijdens de eerste dagen na toediening. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor een gunstig effect op de ammoniakemissie door het verdund toedienen van mest met een zodenbemester aan grasland op zandgrond. Daarom is besloten om een stimuleringsregeling voor het opvangen van hemelwater om daarmee de mest te verdunnen niet door te zetten. Adema zal ook niet langer pogen om in de coalitie 'Toekomstige melkveehouderij' tot afspraken te komen over het verdund aanwenden van mest in grasland op zandgrond. 


Meer informatie is te vinden in het rapport 'Effect van toediening van verdunde drijfmest met een zodenbemester op grasopbrengst en ammoniak- en lachgasemissies op zandgrond'.

Bron: Ministerie van LNV, 26/10/2023
Publicatie: 01-11-2023