Opslag voor digestaat is verplicht bij monomestvergister

Een veehouderijbedrijf dat een mono-mestvergister plaatst, is ook verplicht te beschikken over een opslag voor het digestaat. In het document waarin de veiligheidseisen staan voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van mono-vergisters staat dat na het vergistingsproces het digestaat stabiel gemaakt moet worden. Zo wordt het vrijkomen van gassen die gevaarlijk zijn voor mens, dier en milieu zoveel mogelijk voorkomen. Het digestaat wordt als voldoende stabiel beschouwd als het gedurende minimaal 4 weken in opslag is geweest. 

Aan de opslag van het digestaat worden eisen gesteld. De opslag moet voldoende capaciteit hebben en moet ook gasdicht zijn. De optimale verblijftijd van mest in de vergister is 35 tot 40 dagen. Dit betekent dat de opslag een inhoud moet hebben van ongeveer 75% van het volume van de vergister. Een bedrijf met 200 koeien met een mestvergistingsinstallatie van ongeveer 600 kuub, heeft een opslag voor digestaat van 450 kuub nodig.


Digestaat kan worden opgeslagen in een mestzak of in een mestsilo die is voorzien van een gasdichte kap. Het is ook mogelijk om de opslag te realiseren in bestaande putten mits deze gasdicht zijn of gasdicht zijn te maken. Er zijn ook bedrijven die de opslag van het digestaat onder de mestvergister realiseren, vergelijkbaar met een mestkelder.


De put onder de vergister bestaat uit een gasdicht deel en open deel. In het gasdichte deel verblijft het digestaat 28 dagen waarna het middels een gasdichte overloop overloopt in het open deel. Dat open deel loopt geleidelijk vol met stabiel digestaat dat periodiek overgepompt kan worden naar de aanwezige mestopslag op het bedrijf. De manier waarop de opslag van digestaat is geregeld moet in de vergunning worden vermeld.

Bron: DLV Advies, 20/10/2023
Publicatie: 20-10-2023