Landelijke rapportage en inventarisatie export en verwerking dierlijke mest 2023
Nutriëntenbalans Nederlandse landbouw
De aanvoer van fosfaat in de Nederlandse landbouw is in 2022 met 3,9 mln. kg toegenomen, na een aantal jaren met een dalende trend. Over de periode 2018 tot en met 2022 daalde de aanvoer van fosfaat met 8,6 mln. kg (van 177,9 naar 169,3 mln. kg).
De gebruiksruimte van fosfaat op de landbouwpercelen is in 2022 met 2,4 mln. kg fosfaat gestegen tot 144,7 mln. kg fosfaat. Over de periode 2018-2022 was deze stijging 6,7 mln. kg.
Het mestoverschot (de minimaal te verwerken en exporteren hoeveelheid fosfaat) is in 2022 met 0,5 mln. kg fosfaat gestegen tot 24,6 mln. kg. Ten opzichte van 2018 is het overschot overigens 15,3 mln. kg fosfaat lager.
De gemiddelde benuttingsgraad van de fosfaatgebruiksruimte op de landbouwpercelen in de provincies met een mestoverschot bedroeg 86%. In de provincies zonder mestoverschot was dit gemiddeld 71%.
Export en verwerking dierlijke mest
In 2022 is voor 37,4 mln. kg fosfaat aan mestverwerkingsovereenkomsten geregistreerd. Dit is de hoeveelheid fosfaat die bij RVO wordt geregistreerd in het kader van het voldoen aan de mestverwerkingsplicht. Dit is dus veel meer dan het landelijke mestoverschot.
De totale hoeveelheid fosfaat die is geëxporteerd (o.b.v. VDM’s) en verwerkt (o.b.v. mestaanvoer naar verbranding en mestkorrelaars), lag met 46,0 mln. kg een stuk hoger. Er vond dus ook mestexport en -verwerking plaats zonder dat hierbij een mestverwerkingsovereenkomst is afgesloten. In de afgelopen 5 jaar was de geëxporteerde en verwerkte hoeveelheid fosfaat redelijk stabiel tussen 44,5 mln. kg en 48,0 mln. kg. Voor stikstof varieerde dit in dezelfde periode tussen 55,1 mln. kg (in 2022) en 59,7 mln. kg (in 2020).
In de periode 2018 tot en met 2021 zijn de productie en het gebruik van mineralenconcentraat gestegen, van 314.000 ton naar 450.000 ton. In 2022 was er echter een kentering en is de productie en het gebruik (als kunstmestvervanger in de pilot) juist relatief sterk afgenomen tot 399.000 ton.
De hoeveelheid ammoniak uit stallen en mestopslagen die m.b.v. luchtwassers wordt afgevangen en opgevangen in spuiwater is in de periode 2017 – 2021 toegenomen van 8 naar 9 mln. kg stikstof. Dit spuiwater wordt als minerale meststof afgevoerd en gebruikt. Cijfers over 2022 waren bij het schrijven van dit rapport nog niet beschikbaar.
Varkensmest is de meest aangevoerde mestsoort bij mestbewerkers. 55% van de mestbewerkers voert varkensdrijfmest aan. Voor rundveedrijfmest is dat 50% en voor pluimveemest 37% van de locaties.
Mestverwerkers en mestbewerkingstechnieken
Van de operationele mestbewerkers is in 23% van de gevallen mestbewerking de enige bedrijfsactiviteit. In 46% van de gevallen vindt mestbewerking plaats op agrarische bedrijven. Bij de overige bedrijven wordt mestbewerking gecombineerd met bijvoorbeeld loonwerk of mestdistributie. Het bewerken van dikke fractie d.m.v. hygiëniseren wordt door 33% van de bewerkers gedaan. 28% van de bedrijven zet een thermisch of biothermische droogtechniek in en 15% van de respondenten geeft aan de aangevoerde mest te pelletiseren (korrelen).
De meeste mestbewerkers zetten dunne fractie uit drijfmest af zonder een verdere bewerking. Bij bedrijven die dat wel doen wordt omgekeerde osmose op 19% van de mestbewerkingslocaties ingezet. 13% van de bedrijven passen stripping/scrubbing toe; hierbij wordt ammoniakale stikstof uit de dunne fractie gestript en via scrubbing omgezet in een ammoniumzout. Overige behandelingsprocessen van de dunne fractie betreffen onder meer hygiënisatie (13%), biologische behandeling (7%) en indamping (4%).
Mestbewerkingsproducten
Een kwart van de operationele mestbewerkers produceert een dunne fractie als eindproduct. Deze installaties produceren daarnaast ook een vorm van dikke fractie (ruw, gehygiëniseerd of gedroogd). Bij 31% van de bedrijven wordt de dikke fractie zonder hygiënisatie afgezet, bij 33% vormt gehygiëniseerde dikke fractie het eindproduct. Bij 39% van de bedrijven wordt de dikke fractie gecomposteerd, gedroogd en/of gekorreld. Soms wordt bij deze groep een deel van de dikke fractie niet verder verwerkt en als zodanig afgezet. In totaal 15% van de bewerkers produceert mestkorrels.
Frankrijk was opnieuw het belangrijkste exportland.
Bij 22% van de bedrijven wordt uit de dunne fractie een vloeibaar concentraat geproduceerd, zoals mineralenconcentraat. Deze producten zijn met name bedoeld voor de binnenlandse markt. Ammoniumsulfaat/-nitraat wordt door 10% van de bedrijven geproduceerd.
Mestvergisting
Uit de inventarisatie blijkt dat 116 locaties een operationele biogasinstallatie hebben waar mest wordt vergist (via mono-, co- of allesvergisting). Dit is 57% van de 203 operationele mestbewerkingsinstallaties en 34% van de vergunde capaciteit (o.b.v. ton input per jaar).
Tabel S4 geeft de hoeveelheden mest en co-substraat die nodig zijn om de hoeveelheid energie te produceren waarvoor RVO een SDE (+)(+) beschikking heeft afgegeven voor mestvergisting. Er is jaarlijks 3,5 mln. ton mest en 1,8 mln. ton co-substraat nodig om de beschikte hoeveelheid energie uit mestvergisting te produceren.
Vergunde mestbewerkingscapaciteit
Van 111 van de 203 operationele bewerkers is de vergunde bewerkingscapaciteit bekend. De totale vergunde bewerkingscapaciteit van deze groep (55%) bedraagt totaal 9,4 mln. ton mest per jaar. Uitgaande van de gemiddelde vergunde bewerkingscapaciteit van 67.308 ton mest per jaar kan de totale vergunde mestbewerkingscapaciteit ingeschat worden op circa 13 mln. ton mest. Gemiddeld wordt 73% van de vergunde capaciteit van deze bedrijven daadwerkelijk benut.
Het gehele rapport met veel meer en gedetailleerdere informatie is als bijlage bijgevoegd.
