Mono-mestvergisting in de varkenshouderij zorgt voor minder methaanemissie
Door het snel verwijderen van de mest uit de stal en deze mest is er minder uitstoor van methaan. Om de emissie verder te verminderen, is het essentieel om de mestputten zo volledig mogelijk leeg te maken. Extra verbetering kan worden bereikt door vaker de mestkelders te legen. Hierdoor blijft de mest minder lang in de stal, waardoor er minder organische stof wordt afgebroken en er nog minder methaan vrijkomt.
Om een snelle en volledige afvoer van mest uit de stal te realiseren, zijn aanpassingen aan de stal nodig. Momenteel blijft de mest gemiddeld 40 dagen in de stal, maar door voortdurend verse mest te vergisten, kan de methaanemissie dalen met 73%. Tijs wil een stal bouwen met dagontmesting. Dit zou hem in staat stellen om de extra verlaging van de emissie te bereiken.
Reductie van de ammoniakemissie vormt een ander vraagstuk. Volgens de onderzoekers levert monovergisting op het bedrijf van Tijs geen vermindering van de uitstoot op en kan de ammoniakemissie zelfs met 5% toenemen. Deze toename wordt vooral veroorzaakt doordat bij het verspreiden van de dikke fractie de emissie relatief hoog is. Bij het injecteren van de dunne fractie is de uitstoot erg beperkt.
Omdat bij varkenshouder Tijs de dikke fractie naar het buitenland geëxporteerd wordt, vindt de stikstofemissie daar plaats. Daarom vindt er een verminderde stikstofemissie plaats in Nederland. De verwachting is bovendien dat bij dagontmesting zoals bij het nieuwe stalsysteem van Tijs een reductie van de ammoniakemissie van 25% mogelijk is. Verder stijgt de opbrengst van biogas van 32,5 m3 per ton vleesvarkensmest naar 39,0 m3 biogas per ton mest.