Vergunning voor mestvergister Holwert wederom vernietigd
De gemeente stond het bedrijf in de vergunning te veel activiteiten toe die geuroverlast zouden kunnen veroorzaken, stelden de omwonenden. In de oprichtingsvergunningen uit 2009 en 2010 stonden daarover wel bepalingen. Met de nieuwe vergunning van 2021 zouden ‘bestaande rechten’ van het bedrijf enorm worden uitgebreid en die zijn na verlening van de vergunning later lastig weer in te perken, zo voerden zij aan.
De rechtbank beoordeelt hun bezwaren als gegrond. De gemeente had de toename van de geuremissie ten opzichte van de oude vergunning moeten beoordelen, maar had zowel de oorspronkelijk vergunde situatie als nieuwe situatie niet goed in beeld. De rechtbank vindt daarnaast dat de gemeente niet goed heeft onderbouwd waarom er geen milieueffectrapportage hoefde te worden opgesteld.
Voordat in 2021 de vergunning werd verleend, was al een revisievergunning aangevraagd, waarin de digestaat-scheiding inpandig gaat plaatsvinden en er verschillende luchtwassers worden geplaatst. Deze aanpassingen in de bedrijfsvoering waren nodig om van de provincie een vergunning binnen de Wet op natuurbescherming te verkrijgen.