Bepaling eindpunten in productieketen organische meststoffen en bodemverbeteraars

De Europese Commissie heeft een aanvulling op de Dierlijke Bijproducten Verordening (1069/2009) gepubliceerd waarin voor een aantal dierlijke bijproducten (o.a. verwerkte mest) een eindpunt in deze Verordening is vastgesteld. Dierlijke bijproducten die aan de gestelde voorwaarden voldoen zijn dan formeel geen dierlijk bijproduct meer.

Dit is een belangrijke stap om dierlijke bijproducten te kunnen gebruiken als grondstof voor de productie van CE-meststoffen volgens de EU Bemestingsproducten Verordening (1009/2019). De volgende stap die nog nodig is om dit mogelijk te maken is een wijziging in de EU Bemestingsproducten Verordening om deze dierlijke bijproducten op te nemen als toegestane grondstoffen in CMC10 voor de productie van CE-meststoffen. Voor verwerkte mest wordt deze wijziging einde van dit jaar verwacht. Voor een aantal andere dierlijke bijproducten zal dit proces naar verwachting nog een jaar in beslag nemen.

De gepubliceerde aanvulling (gedelegeerde verordening 2023/1605) houdt in dat verwerkte mest, verwerkte insectenmest, compost, digestaat en as van categorie 2 en 3 materiaal, het eindpunt hebben bereikt als zij zijn verwerkt in een NVWA-erkende installatie voor de productie van organische meststoffen en bodemverbeteraars. Hierbij is (helaas) bepaald dat het eindpunt alleen bereikt wordt als de verwerking heeft plaatsgevonden met de standaard verwerkingmethode middels een verhitting tot minimaal 70 graden gedurende 60 minuten. Het gebruik van (gevalideerde) alternatieve verwerkingsmethodes en afwijkende tijd-temperatuur verhouding is niet voldoende.

Voor een aantal andere dierlijke bijproducten geldt dat zij het eindpunt kunnen bereiken als ze tot maximaal 5 volumeprocent worden gebruikt bij de productie van CE-meststoffen. Dit betreft de volgende dierlijke bijproducten: glycerine cat.2/3 en ander cat.3 materiaal afkomstig uit biodieselprocessen, verwerkte dierlijke eiwitten cat. 3, vleesbeendermeel cat.2, bloedproducten cat.3, gehydrolyseerde eiwitten, dicalciumfosfaat en tricalciumfosfaat, horens en producten uit hoeven en horens.

Indien de hiervoor vermelde producten voor meer dan 5 volumeprocent in CE-meststoffen worden gebruikt kunnen ze het eindpunt bereiken als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de verpakkingen wegen niet meer dan 50 kg, of
  • de verpakkingen wegen niet meer dan 1000 kg, waarvan tenminste 10 volumeprocent een van de volgende producten is:
    • kalk
    • minerale meststoffen
    • verwerkte mest, verwerkte insectenmest, compost, digestaat en as van categorie 2 en 3 materiaal.

Deze laatste set voorwaarden is bedoeld om frauduleus gebruik als diervoeder van dierlijke bijproducten te voorkomen.

De volledige tekst van de gedelegeerde verordening 2023/1605 kunt u hier vinden.

Bepaling eindpunten in productieketen organische meststoffen en bodemverbeteraars
Auteur: Rembert van Noort
Bron: EUR-Lex - 32023R1605 - (europa.eu)
Publicatie: 08-08-2023