Melkveehouder pleit voor meer innovatieruimte bij experimenten met mest
Bosman wil de urine en vaste mest in de stal scheiden en apart te verwerken. Dat wil hij doen door geprofileerde rubberen stroken van veertig centimeter breed op de vloer aan te brengen. Tussen de stroken komt twee centimeter rubber met daarin gaten waar de urine door weg kan stromen de put in. De vaste mest wordt met een verzamelrobot afgevoerd naar een opslag met een bodem van drainagezand die aan de onderkant wordt afgesloten met plastic. Zo kan vocht uit de mest lopen en via een drain worden afgevoerd tot het uiteindelijk in de put bij de urine terecht komt.
Door het sproeien van aangezuurd water via de mestrobot wil de melkveehouder de pH van de urine op en onder de vloer naar maximaal 6,5 brengen zodat de vorming van ammoniak stopt. Door de urine in het voorjaar uit te rijden, denkt Bosman het gebruik van kunstmestgift flink te kunnen verlagen en mogelijk zelfs tot nul terug te brengen. De vaste mest wordt later in het jaar met de meststrooier uitgereden.
Een ander onderdeel van het plan van Bosman is het afzuigen van lucht uit de mestput om hiermee het grasland via drainagebuizen te beluchten. Dit kan gerealiseerd worden zonder al te grote aanpassingen aan de stal. De melkveehouder is hier daarom ook al druk mee aan het experimenteren. Een luchtpomp zuigt de lucht uit de put en blaast dit in een speciaal daarvoor aangelegd systeem van drainagebuizen van in totaal 4 kilometer lengte. De buizen liggen op 60 centimeter diepte op een afstand van 8 meter in een graslandperceel van 3 hectare.
Via het systeem wordt de ammoniak uit de put direct in de grond geblazen waar het beschikbaar komt voor de plantenwortels. Het methaangas in de kelderlucht oxideert dankzij aerobe bacteriën in de bodem en valt uiteen in de vorm van water en CO2 waarna het beschikbaar komt voor de plant. Ook zuurstof dat meekomt, komt direct beschikbaar voor het bodemleven. Het beluchtingssysteem draait sinds vorig jaar en Bosman heeft het idee dat het effect heeft.