Geen risico op verspreiding van antibiotica-resistentie via preiteelt

Er zijn geen aanwijzingen voor risico's op verspreiding van antibiotica-resistentie via vollegrondsgroenten. Die conclusie wordt getrokken door doctoraalstudent Judith Huygens van de Universiteit Gent. In prei vond ze géén resistentiegenen en slechts enkele antibioticaresiduen, in zeer lage concentraties.

Om antibioticaresistentie bij ziekmakende bacteriën een halt toe te roepen is het belangrijk dat alle mogelijke verspreidingsroutes van antibioticaresistentie en residuen naar de mens, naar dieren en naar de omgeving in kaart worden gebracht. De route waarbij antibioticaresistentie en -residuen vanuit dierlijke mest mogelijkerwijze in bodem, water en finaal in gewassen zouden opduiken, is tot nu toe nog minder bestudeerd.


Een groot deel van de antibiotica toegediend aan dieren komt in de mest terecht die gebruikt wordt om akkers te bemesten. In 9 onderzochte monsters van kalverdrijfmest werden residuen aangetroffen van antibiotica, hoog genoeg om te selecteren voor antibioticaresistente bacteriën en pathogenen. Voor de rundermest was dit slechts in 4 van de 25 monsters het geval en in veel lagere concentraties.


Bij de E. coli bacteriën gevonden in drijfmest van vleeskalveren wordt ook opvallend vaker een antibiotica-resistentie aangetroffen dan in de E. coli’s in de stalmest van vleeskoeien. Slechts 12% van de E. coli bacteriën uit kalvermest waren vrij van antibiotica- resistenties, terwijl dit het geval was bij 77% van de E. coli bacteriën in rundermest. Bovendien waren 75% van de E. coli bacteriën uit de kalvermest multiresistent. Bij stalmest van vleeskoeien was dit slechts 9%.


De antibioticaresiduen die aanwezig zijn in mest waren 2 tot 3 weken na de bemesting nog in de bodem terug te vinden. De onderzoekster vond weinig aanwijzingen dat de aanwezigheid van antibioticaresiduen de oorzaak zijn van resistentieselectie bij de bacteriën in de bodem. Meer onderzoek op dit onderwerp is nodig om een eenduidige uitspraak te kunnen doen.


Om te onderzoeken of antibioticaresiduen zich via de route van mest en bodem daadwerkelijk ook naar de gewassen kunnen verspreiden en wat dat betekent voor de resistentieselectie bij bacteriën, zette Judith Huygens een experiment op met prei. In een proefveld werd mest zonder en mest met een toevoeging van antibiotica verspreid. Dat betrof doxycycline, sulfadiazine en lincomycine. De onderzoekster vond geen antibioticaresiduen noch resistentiegenen bij de geoogste prei. Ze zag ook geen verschuiving in antibioticaresistentie bij de aanwezige bacteriën.


Judith Huygens screende tevens 100 monsters van prei op de veiling op de aanwezigheid van 56 verschillende antibioticaresiduen. Slechts bij 10% van de monsters werden antibioticaresiduen vastgesteld en dit in zeer lage concentraties. Ze concludeert dat prei géén tot een verwaarloosbaar klein risico vormt voor overdracht van antibioticaresistentie of -residuen naar de consument.

Bron: ILVO , 20/07/2023
Publicatie: 28-07-2023