Melkveehouder investeert in stikstofstripper en bespaart fors op mestafzet
Iedere dag gaat er ongeveer 10 kuub mest uit de afstortput in de stal richting de vergister. De vergistingsinstallatie produceert biogas en dat wordt benut in een WKK waarmee zowel elektriciteit als warmte wordt geproduceerd. De elektriciteit kan deels op het melkveebedrijf worden benut en het overschot kan worden geleverd aan het net.
Het digestaat wordt via een mestscheidingsinstallatie omgezet in een dikke en een dunne fractie. De dikke fractie gebruikt de melkveehouder deels als strooisel in de ligboxen. Het overige deel wordt opgeslagen in een kleine sleufsilo. Stokman wil deze fosfaatrijke vaste mest ’s winters uitrijden op percelen met een lage fosfaattoestand.
De dunne fractie gaat naar een Quadro-stikstofkraker van het bedrijf Farmcubes. Deze installatie levert een vloeibare anorganische stikstofmeststof en een stikstofarme restfractie. Die meststoffen zijn gewoon met een mestinjecteur over het land te rijden. De werking van de stikstofkraker is gebaseerd op een verdampingsproces, waarbij de restwarmte wordt benut die bij de mestvergisting ontstaat.
Bijna alle aanwezige ammoniumstikstof ontsnapt uit de dunne fractie en wordt in een volgende fase gebonden door zwavelzuur. Hierbij wordt stikstof vastgelegd in de vorm van ammoniumsulfaat. Zo ontstaat een vloeibare stikstofmeststof met een stikstofgehalte tot 80 kilo stikstof per ton.
Stokman moet nu jaarlijks 2.000 kuub rundveedrijfmest afvoeren en dit volume neemt nog toe als de derogatie vanaf 2026 vervalt. Door de stikstofraffinage hoeft het bedrijf straks geen mest meer af te voeren en geen kunstmest meer aan te kopen. Daardoor verwacht Stokman de stikstofkraker binnen vijf jaar terug te kunnen verdienen. Het is daarbij wel van belang dat de overheid het gebruik van de vloeibare stikstofmeststof als kunstmestvervanger toelaat.