Afvoer van zaagsel van slachterij valt onder regels van de Meststoffenwet

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft een boete die het ministerie van LNV op grond van de Meststoffenwet aan een onderneming had opgelegd in stand gelaten. De intermediaire onderneming en vervoerder wordt ook in hoger beroep niet gevolgd in de stelling dat de vrachten zaagsel die zij afvoerde bij een slachterij geen dierlijke meststoffen bevatten. Voor de vrachten zaagsel, die waren verontreinigd met mest moest een vervoersbewijs dierlijke meststoffen worden opgemaakt en aan andere verplichtingen op grond van de Meststoffenwet worden voldaan.

De zaak heeft betrekking op vervoer van zaagsel verontreinigd met mest en urine afkomstig van geloste veewagens bij een slachterij dat tussen november 2016 en juni 2017 plaatsvond. De onderneming die dit verzorgde maakte geen gebruik van de van apparatuur voor automatische gegevensregistratie of satellietvolgapparatuur. Ook werden geen Vervoersbewijzen Dierlijke Mest opgemaakt. Dat resulteerde in een boete van 192.000 euro die in 2019 door de rechtbank werd bepaald. In hoger beroep bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven wordt die boete in stand gelaten. 


Meer informatie is te vinden in de uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven.

Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18/07/2023
Publicatie: 24-07-2023