Niet of minder bemesten bij droogte
Bij droogte is de grond vaak hard; hierdoor kan mest niet goed in de grond gebracht worden met een zodenbemester. Tóch bemesten geeft schade aan het gras omdat de mest deels op het gras gelegd wordt. Dit leidt tot een lage stikstofwerking van mest en hoge verliezen. Bij sleepvoeten is mogelijk meer water nodig dan 1 deel water op 2 delen mest. Daarmee wordt voorkomen dat de mest als een droge streep op het gras blijft liggen en bij maaien het gras verontreinigt met mestresten.
Wanneer er genoeg ruimte is in de mestopslag, doet de melkveehouder er verstandig aan om de dierlijke mest in de put te laten zitten en deze pas in het aankomend voorjaar te gebruiken, zeker als in juni nog mest is uitgereden. Het is daarbij ook belangrijk rekening te houden met de afbouw van de derogatie en als gevolg daarvan extra mestafzet in de komende jaren.
Als de grasgoei vrijwel tot stilstand komt door droogte, heeft bemesten geen zin. Het te kort aan vocht is beperkend voor de groei, niet de stikstof of andere elementen. Pas als er 30-40 millimeter regen is gevallen en de grasgroei weer op gang is gekomen, wordt stikstof een relevante factor voor de groei.
De ervaring leert dat de eerste periode na regen, extra stikstof vrijkomt uit organische stof via het bodemleven. Daarnaast is er in de bodem nog niet-opgenomen stikstof aanwezig, wat zich in de droge periode heeft opgehoopt. Direct stikstof bemesten na een weersomslag is dus niet nodig. Hoe hoger het organische stofgehalte van de grond, hoe langer er geprofiteerd kan worden van deze voorraad.
Als de grasopbrengst achterblijft op de bemesting, dan kan de volgende snedegift met ongeveer 5 kilo stikstof per hectare worden gekort. Zolang de situatie niet verbetert, zal de opbrengst van de volgende snede ook flink te lijden hebben van de te droge omstandigheden. Bij het bepalen van de stikstofbemesting, moet dus worden uitgegaan van een veel lagere opbrengst dan normaal en dus een lagere bemesting. Hier moet de correctie van 5 kilo van de te veel gegeven stikstof van de vorige snede, nog vanaf.
Blijft het warm, dan is op veengronden na 1 augustus geen stikstofbemesting meer nodig door een hoge bodemmineralisatie, als gevolg van het warme weer. Is er op zand en klei nog kunstmestruimte, dan is bij een lichte graskleur na 1 augustus tot half september nog een kleine kunstmestgift nodig. Hier dient hier wel de nawerking van eerder gegeven drijfmest in meegenomen te worden.