Regering kan stikstofemissies fors verminderen met aanvullend beleid
In het Nationaal Programma Landelijk Gebied gaat de regering ervan uit dat de provincies de reductiedoelen op het gebied van stikstof, klimaat en waterkwaliteit met gebiedsgerichte maatregelen gaan realiseren. De provincies wilde weten of het Rijk de provincies daarbij kan ondersteunen met aanvullende generieke maatregelen.
De onderzoekers identificeerden 6 aanvullende beleidsmaatregelen die de regering kan nemen. De eerste, afschaffing van de derogatie en invoeren van bufferstroken, is al ingevoerd. Die generieke maatregelen leveren 6% minder ammoniakuitstoot op. De tweede maatregel is een normering van gebruik van kunstmest, waardoor het gebruik in de landbouw fors vermindert. Een totaal verbod levert 9% stikstofwinst op, maar is onrealistisch, een forse vermindering is reëler.
De derde generieke maatregel is het voorschrijven van emissiearme huisvestingssystemen voor dieren. Dat levert 7% minder ammoniakuitstoot op, maar is heel duur voor de veehouders en de effectiviteit van emissiearme stallen laat te wensen over. Vierde maatregel is een set van maatregelen voor een emissiearme bedrijfsvoering. Die maatregel kan 20% reductie in ammoniakemissie opleveren, maar is complex en vergt een langdurig wetgevingstraject.
Vijfde maatregel is het verminderen van de veestapel door instellen van maximale veebezetting per hectare in de melkveehouderij. Dat levert 8 tot 15% stikstofwinst op. Tot slot kan de overheid productie- en fosfaatrechten afromen bij de verkoop van bedrijven. Dat levert naar schatting 2 tot 7% op. Het totale pakket van generieke maatregelen, exclusief emissiearme bedrijfsvoering, levert een stikstofreductie op van ruim 30%, schatten de onderzoekers.
Daarbij rekenen de onderzoekers de stikstofwinst ten opzichte van een ‘referentieraming’, waarbij ze al afgekondigd generiek beleid van de regering doorrekenen en de daarmee de stikstofemissies in 2030 ten opzichte van 2020 bepalen. In deze referentieraming houden de onderzoekers rekening met de te verwachten daling van het landbouwareaal en dieraantallen met 5%, de aanscherping van emissienormen voor stallen, betere toediening van mest op land en aanname dat de overbemesting stopt. Dat leidt al tot een reductie van 17% ammoniakemissie in 2030. De extra generieke maatregelen die de onderzoekers doorrekenden, komen daar, mits doorgevoerd, bovenop.
De onderzoekers merken op dat de maatregelen rond gebruik van kunstmest, een maximale veebezetting per hectare en het afromen van productierechten bij transacties ook bijdragen aan het halen van de klimaatopgave. Voordeel van deze drie maatregelen is ook dat ze simpel zijn in te voeren en een hoge doelmatigheid hebben.
Meer informatie is te vinden in het rapport 'Aanvullende generieke stikstof- en klimaatbeleidsmaatregelen'.