Fosfaat- en stikstofexcretie via mest blijft onder nationale plafond
Met de rapportage geeft het CBS een momentopname van de verwachte fosfaat- en stikstofexcretie over geheel 2023 op basis van de op 1 april 2023 beschikbaar gekomen nieuwe en actuele gegevens over de omvang van de rundveestapel, de melkproductie per koe en de beschikbaarheid en samenstelling van krachtvoer en ruwvoer.
De belangrijkste oorzaak van de toename van de stikstofexcretie door melkvee is het hogere stikstofgehalte in de graskuilen van 2022 ten opzichte van de graskuilen uit 2021. Deze graskuilen uit 2022 worden voor het grootste deel in 2023 vervoederd. Daarnaast is de melkproductie per koe iets toegenomen, waardoor ook de voerbehoefte toeneemt.
Het CBS toetst cijfers aan het nationaal plafond zoals dat nu geldt vanwege de derogatiebeschikking 2022-2025. Daarin zijn geen voorwaarden opgenomen over aanpassing van de hoogte van de sectorale plafonds. Daardoor is de som van de afzonderlijke in de Meststoffenwet vermelde sectorale plafonds op dit moment hoger dan het geldende nationale mestproductieplafond, maar de verwachte totale productie ligt onder het nationale mestproductieplafond.
Met de melkveesector is in het kader van de stikstofproblematiek afgesproken om op sectorniveau te streven het ruw eiwitgehalte in het melkveerantsoen te verlagen en deze in 2025 niet hoger te laten zijn dan 160 gram ruw eiwit per kilo droge stof. Voor de eerste kwartaalrapportage 2023 zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar over de samenstelling van krachtvoer en ruwvoer om een indicatie te kunnen geven van het verwachte ruw eiwitgehalte in het melkveerantsoen van 2023. Dit zal bij de tweede kwartaalrapportage 2023 naar verwachting wel het geval zijn.
De volledige Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest, eerste kwartaal 2023 is te raadplegen via de website van het CBS.