Resultaten van vijf jaar praktijkervaring met NIR-techniek

Er wordt nu vijf jaar onderzoek gedaan naar de nauwkeurigheid van NIR-sensoren voor het bepalen van gehaltes in (verdunde) drijfmest door Agro innovatiecentrum De Marke. Een nieuwe bemonsteringsmethode werpt deels een ander licht op de resultaten.

Agro innovatiecentrum De Marke, gevestigd in Hengelo (Gld.), is een onderzoeksbedrijf van Wageningen Universiteit & Research (WUR). Het innovatiecentrum onderzoekt sinds 2018 hoe nauwkeurig een NIR-sensor gehaltes in kilogram per kubieke meter (verdunde) drijfmest kan bepalen. Dat gebeurt mede in het kader van het project Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL). Herman van Schooten, onderzoeker bij WUR, ondersteunt het bedrijf daarbij.

Monstermethode
Onverdunde en water verdunde rundveedrijfmest en dunne fractie werden door loonbedrijf Freriks aangewend met een zelfrijdende bemester van Vervaet met daarop een John Deere NIR-sensor. Er werd tot 2022 telkens ca. een halve liter mest opgevangen na het vullen van de mesttank. Dit is de hoeveelheid mest die terugloopt uit de vulslang. Per uitrijdmoment werden deze halve liters gemengd tot een mengmonster dat ter analyse aan Eurofins Agro aangeboden werd. Op deze manier kon bepaald worden of de NIR-sensor de hoeveelheid stikstof (N), fosfaat (P2O5) en kali (K2O) in de mest juist inschat.

Harm van Schooten middelde de meetwaarden van de NIR-sensor per uitrijmoment. Per gehalte zijn de daggemiddelden als punten in een grafiek uitgezet (zie onderstaande figuur). Op de X-as staan de resultaten uit het Eurofins Agro laboratorium en op de Y-as de resultaten van de metingen met de NIR-sensor. De positie waarop de daggemiddelden (bolletjes) van de NIR-sensor zouden moeten liggen als die identieke gehaltes meet als het laboratorium is aangegeven met een stippellijn.



“Gemiddeld komen de door de NIR-sensor gemeten stikstofgehaltes overeen met de uitkomsten van Eurofins Agro die we als leidend beschouwen. Voor 2022 was echter wel een grotere spreiding te zien dan in 2022. Dat komt vermoedelijk doordat de wijze van monstername is gewijzigd. Sinds 2022 gebruikt De Marke een unit die in/tussen de vulslang gemonteerd wordt. Met die unit neemt een persoon per vulbeurt handmatig een monster tijdens het vullen van de mesttank. Dit geeft betere, meer nauwkeurige mestmonsters voor labanalyse. Dit wisten we al wel, maar tot 2022 was de bemonsteringsunit er nog niet.” aldus Van Schooten.

Zwier van der Vegte, projectmanager op De Marke, benadrukt dat het bedrijf er alles aan doet om de rundveedrijfmest zo homogeen mogelijk te houden. “Bij ons wordt de mest in de mestkelders en het bassin dagelijks gemixt.”

Afwijking fosfaat en kali
De hoeveelheid stikstof in onverdunde en verdunde rundveedrijfmest en dunne fractie wordt ondanks de spreiding gemiddeld gezien dus juist bepaald door de NIR-sensor. Bij fosfaat en kali is dat echter al vijf jaar lang niet het geval. “Ook daar zien we in 2022 minder spreiding in de grafieken dankzij de nieuwe bemonsteringsmethode maar de NIR-sensor overschat nog altijd de gehaltes fosfaat met gemiddeld 30%. De gehaltes kali worden telkens zo’n 40% onderschat.”

Van der Vegte heeft niet de indruk dat de NIR-sensor van het loonbedrijf recentelijk is voorzien van nieuwe ijklijnen voor het vertalen van de metingen naar gehaltes. “In ieder geval niet naar aanleiding van onze bevindingen. En als dat wel zo zou zijn, dan blijkt dat niet uit onze metingen. Overigens gebruikt de chauffeur van het loonbedrijf de ijklijn voor rundveedrijfmest succesvol voor onverdunde en verdunde rundveedrijfmest en dunne fractie.” De wens van Van der Vegte is nog altijd om de mestgift te sturen op basis van fosfaat. Het liefste afhankelijk van de plaatselijke hoeveelheid fosfaat in de bodem. “Totdat er een sensor is die de hoeveelheid fosfaat in de bodem al dan niet realtime kan meten, gaat dat niet. Wat technisch wel kan, is de mestgift realtime doseren op basis het fosfaatgehalte in de mest. Dan wil ik de hoeveelheid fosfaat uniform toegediend hebben en de hoeveelheid aangewende stikstof plaatsspecifiek documenteren. Maar dan moet de chauffeur van de zelfrijdende bemester wel handmatig de fosfaat ijklijn van de NIR-sensor met 30% kunnen verhogen. Anders kan ik de NIR-sensor daarvoor niet gebruiken. De dosering stikstofkunstmest kan ik vervolgens op de variaties in aangewende hoeveelheden stikstof uit rundveedrijfmest afstemmen. Dit helpt ons om de afnemende stikstofgebruiksruimte beter te benutten.”

Resultaten van vijf jaar praktijkervaring met NIR-techniek
Auteur: Nicky Kamminga
Bron: NPPL
Publicatie: 11-05-2023