Inschatting mestmarkt 2023-2026

De afbouw van de derogatie en invoering van bufferstroken langs waterlopen zorgen op korte termijn voor een forse afname van de gebruiksruimte van dierlijke mest. Aan de andere kant wordt op korte termijn nog geen vermindering van de mestproductie verwacht door afname van de veestapel. NCM heeft daarom, op verzoek van POV, een korte analyse uitgevoerd om de impact van deze ontwikkelingen op de Nederlandse mestmarkt in te schatten.

Mestmarkt fosfaat
De balans van de Nederlandse mestmarkt op basis van fosfaat is negatief gedurende de hele periode 2023-2026. Dit betekent dat er naar verwachting meer fosfaat geëxporteerd wordt dan op basis van het fosfaatoverschot nodig zou zijn (er blijft dus onbenutte gebruiksruimte over). Het overschot aan fosfaat vertoont de afgelopen jaren een dalende trend. Door de invoering van 3 meter bufferstroken langs waterlopen daalt de gebruiksruimte voor fosfaat met 5 à 6 mln. kg fosfaat. Hierdoor stijgt het overschot aan fosfaat met dezelfde hoeveelheid in 2023 om vervolgens op de korte termijn stabiel te blijven. Dit is echter niet zodanig dat dit tot problemen zal leiden, omdat de (huidige en te verwachten) export veel groter is. De netto balans (dit is de onderste lijn in figuur 1) blijft negatief; de gebruiksruimte voor fosfaat zal ook dan niet volledig hoeven te worden benut.

Figuur 1: Inschatting mestmarkt 2023-2026 voor fosfaat

Mestmarkt stikstof
Voor stikstof verwachten we een geheel ander beeld.
De balans voor stikstof uit dierlijke mest is in 2023 en 2024 nog negatief (gebruiksruimte over) maar lijkt vanaf 2025 boven nul uit te komen (gebruiksruimte tekort). Door de invoering van 3 meter bufferstroken langs waterlopen daalt de gebruiksruimte voor stikstof uit dierlijke mest met max. 16 mln. kg stikstof. Door de afbouw van de derogatie neemt de gebruiksruimte van stikstof uit dierlijke mest met nog eens 8 (2023) tot 55 (2026) mln. kg stikstof af. Bij elkaar is dit dus ruim 70 mln. stikstof. De export en verwerking van dierlijke mest vertoont al jaren een dalende trend. Er zijn geen signalen dat deze trend op korte termijn anders wordt. Dit heeft te maken met de focus van de verplichte mestverwerking op export van fosfaat, en ook met het uitblijven van wetgeving voor toepassing van RENURE. Kortom, zoals het er nu naar uitziet, zal er een onplaatsbaar overschot aan stikstof uit dierlijke mest ontstaan.
De balans voor stikstof uit dierlijke mest lijkt het hoogst te worden in 2026, in dat jaar zal de druk op de mestmarkt (ten aanzien van stikstof) dan ook het hoogste zijn.
De onderste lijn in figuur 2 geeft de balans na verwerking en export weer. De donkergroene lijn, zie in 2025 en 2026 boven nul uitkomt, laat het te verwachten overschot zien.

Figuur 2: Inschatting mestmarkt 2023-2026 voor stikstof uit dierlijke mest

Mogelijke oplossingsrichtingen
De bovenstaande analyse laat zien dat er op korte termijn (vanaf 2025) een situatie op de Nederlandse mestmarkt kan ontstaan die voor grote druk gaat zorgen. Om de mestmarkt te ontlasten zouden een aantal oplossingsrichtingen verkend kunnen en moeten worden. Een aantal mogelijkheden, niet getoetst aan wenselijkheid of haalbaarheid:

  • Vermindering stikstofexcretie veestapel
    • Een krimp van de veestapel (versneld doorvoeren van maatregelen uit de stikstofaanpak en de NPLG), zonder de plaatsingsruimte evenredig te laten dalen.
    • Verlaging van het stikstofgehalte in mest door voeraanpassingen.
  • Vergroting plaatsingsruimte stikstof uit dierlijke mest
    • Afbouw plaatsingsruimte stikstof uit dierlijke mest in de pas laten lopen met afname van de veestapel (aanpassen huidige maatregelen).
    • Invoeren wetgeving voor gebruik van RENURE (kunstmestvervangers), en snel opschalen van de productie.
  • Vergroten hoeveelheid verwerking en export van stikstof uit dierlijke mest
    • Uitbreiding mestexport en mestverwerking, door economische prikkels, door versnelde vergunningverlening of door aanpassing van de regelgeving (bijv. verhogen van verwerkingspercentages, plaatsen van schotten tussen de pluimveehouderij en andere veehouderijsectoren (waardoor de VVO-markt verandert). 
    • Exporteren van geconcentreerde (gestripte) stikstofmeststoffen.
    • Export van onverwerkte mest voor afzet in het buitenland.

 

Auteur: Rembert van Noort
Publicatie: 13-04-2023