Circulaire meststoffen vragen vaak om speciale machine voor het uitrijden

Door het verwerken en bewerken van  dierlijke mest ontstaan een reeks nieuwe vloeibare meststoffen. Voor het aanwenden zijn soms speciale machines nodig omdat de concentraties aan stikstof, fosfaat en kalium in de meststof behoorlijk afwijken van drijfmest. Er is behoefte om met veel precisie een veel kleiner volume per hectare uit te kunnen rijden.

Slootsmid Mesttechniek ontwikkelde onder de vlag van Stichting Biomassa, in het kader van het project Kunstmestvrije Achterhoek, ontwikkelde nieuwe bemesters voor Groene Weide Meststof, een product afkomstig uit mestverwerking door Groot Zevert Vergisting in Beltrum. Deze meststof laat zich met een zodebemester niet goed verdelen.


De SGWM 1200-bemester beschikt over een traploos regelbare pomp, aangestuurd door een flowmeter. De meststof gaat via een persfilter en sectieventielen onder druk naar de uitloopmonden. De SGWM PB-bemester heeft zes verdelers maar geen vloeistoffiltering. Deze machine is geschikt voor 4.000 tot 30.000 liter per hectare en kan ook 10 tot 15 kuub digestaat per hectare uitrijden.


Stelt is een handelsbedrijf in circulaire vloeibare meststoffen. Het bedrijf paste enkele zelfrijdende veldspuiten aan om ze geschikt te maken voor het uitrijden van relatief geringe doseringen vloeibare meststoffen. Er wordt een pomp van een mesttank en een spaakwielbemester gemonteerd voor de aanwending. Op de bemester zitten kouters in plaats van spaakwielen. 


De machines zijn geschikt voor 250 tot 1.100 liter per hectare op grasland voor Growsol, een product op basis van industriële reststromen. En 500 tot 2.000 liter per hectare voor ammoniumsulfaat, eveneens een reststof uit de industrie. Het verschil in dosering komt door een ander stikstofgehalte: 14,8 procent in Growsol en 8 procent in ons ammoniumsulfaat. Met dezelfde voertuigen en met een sproeiboom rijdt het bedrijf tevens kaliconcentraten en het stroperige vinasse uit.


Loonbedrijf Van Dun zet enkele bemesters ontwikkeld door André Capelle in. Het zijn bemestertanks met bomen van spuitmachines, waarmee tot 40 meter breed aan stuifbestrijding mogelijk is via het uitrijden van vloeibare biologische meststoffen als protomelasse en vinassekali. De machines worden ook ingezet voor het uitrijden van digestaat en spuiwater. Dat laatste gebeurt met slangen aan de boom tot maximaal 36 meter breed. De machines zijn een combinatie van een mesttank en een veldspuit.


Capelle combineerde een bemestertank met spuitbomen en bedacht met de Turbo Splitter een eigen doseersysteem zonder draaiende delen. Als slangen gebruikt de machinebouwer lichte en soepele stofzuigerslangen. Acht slangen per 1,5 meter en 96 slangen bij 36 meter werkbreedte.


In Zuid-Holland ontwikkelde precisiebemestingscoöperatie Rijnland ook een eigen bemester voor het aanwenden van vloeibare meststoffen als mineralenconcentraten en spuiwater. Ook als bijgemengd product bij drijfmest die met water is verdund.

Bron: Boerderij, 07/04/2023
Publicatie: 11-04-2023