'Efficiëntie van stikstofgebruik in voedselsysteem moet uitgangspunt zijn'
"De uitdaging is dat we leren om met minder input dezelfde hoeveelheid eiwitten te produceren", aldus Sanders. Met 8 miljard mensen is er per persoon gemiddeld 12 kilogram stikstof beschikbaar om het eiwit te maken dat je jaarlijks nodig hebt, zonder milieuschade te veroorzaken. In Europa gebruiken we nu gemiddeld 36 kilo en in Nederland 24 kilo. Wat we erin stoppen aan kunstmest of veevoer uit verre landen, moet dus halveren.”
Sanders bepleit meer inzet van vlinderbloemigen, zoals klaver. De planten leggen stikstof vast en veehouders kunnen dan toe met 80 kilogram minder stikstof per hectare. De uitdaging is om klaver niet alleen in het voorjaar goed te laten groeien, maar ook in het najaar.
Een andere oplossing ziet hij in het toevoegen van organische zuren en suikers aan de mest om de pH te verlagen en bacteriën met koolhydraten te voeden. Ammoniak verdampt dan niet langer, maar vormt een zout. Ook wordt er geen methaan gevormd. Op kleine schaal vinden al proeven plaats in Twente en De Peel. Als je de mest vervolgens in een biovergister verwerkt, is de methaanopbrengst juist hoger. En het ammoniumsulfaat is in de rest van Europa af te zetten als kunstmestvervanger.
Sanders was ook betrokken bij de oprichting van het bedrijf Grassa. Van alle eiwitten uit gras die een koe eet, komt maar 25% in de melk terecht. Door vers gras in een bioraffinage-fabriek te verwerken, is een veel groter deel van het eiwit in gras te ontsluiten. Deze eiwitten kunnen worden verwerkt in het voer naar koeien, varkens en kippen en bovendien in humane voedingsproducten worden verwerkt. Er is dan veel minder soja-import nodig.