Vlaams polderen leidt tot akkoord over mestbeleid
Het akkoord is tot stand gekomen na een oproep in december 2022 van de Vlaamse minister van Omgeving Zuhal Demir, nadat een eerste voorstel van het ministerie de gemoederen behoorlijk had verhit. De betrokken organisaties betreffen Boerenbond, Algemeen Boerensyndicaat (ABS), Groene Kring, BioForum, Vlaams Agrarisch Centrum, Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en de West-Vlaamse Milieufederatie.Volgens minister Demir voldoet in Vlaanderen slechts één van de 195 waterlichamen aan de vereiste ecologische kwaliteit, en daarom zijn aanvullende aanscherpingen nodig. Ze is blij dat het overleg tussen natuur- en landbouworganisaties tot een akkoord heeft geleid, en hoopt dan ook dat het Vlaamse kabinet en de Europese Commissie akkoord zullen gaan.
Percelen in Vlaanderen worden ingedeeld in één van de vier gebiedstypes en er wordt onderscheid gemaakt tussen teelten, of ze gevoelig zijn voor nitraatuitspoeling of niet. Het plan voorziet in een aanscherping van de bemestingsnormen in die gebieden waar de gewenste waterkwaliteit nog niet is bereikt.
Boeren en tuinders zullen er worden gestimuleerd en begeleid om duurzamere bemesting toe te passen. Daarnaast komen er langs alle waterlopen bufferzones van drie meter breed, vrij van bemesting en gewasbeschermingsmiddelen. Daar mogen buffergewassen komen, of het terrein moet braak blijven liggen. In natuurgebieden en waar de waterkwaliteit onvoldoende is, moeten de bufferzones vijf meter breed zijn voor nitraatgevoelige teelten.
Echter, boeren of tuinders die aantonen wel aan de gewenste waterkwaliteit te voldoen zullen worden vrijgesteld van de gebiedsgerichte aanpak. Voor de tuinbouwsector, die gewassen telen die het gevoeligste zijn voor nitraatverliezen, komt er een specifiek, nog strenger actieplan.
Generieke aanscherpingen per gebied en teelt. Telers kunnen hier vrijstelling van krijgen als ze aantonen de goede waterkwaliteit te behalen.
Een belangrijk instrument is en blijft de meting van het nitraatresidu in het grondwater in het najaar. Telers en toezichthouders krijgen hiermee inzicht in de waterkwaliteit, en van hieruit kunnen maatregelen in de teelt, de bemesting of het bodembeheer worden ontwikkeld om steeds beter te worden.
Er komt ook een systeem van begeleiding en van benchmarking waarbij landbouwers hun nitraatresiduresultaten kunnen vergelijken met dat van nabijgelegen bedrijven zodat er van elkaar geleerd kan worden.
Het akkoord benoemt nadrukkelijk ook andere thema’s dan waterkwaliteit, zoals de bodemvruchtbaarheid, circulariteit en klimaatrobuustheid van de landbouw, en de rol en verplichtingen van o.a. loonwerkers en mestverwerkers.
Klik hier voor een artikel op vilt.be met daarin een link naar het principeakkoord.