Kansen voor verminderen van methaanemissie door melkveehouderij
Vanaf 1984 vertoont de jaarlijkse methaanemissie een dalende lijn tot ongeveer 2007. De jaarlijkse emissie neemt daarna weer toe tot 2015 om in de laatste jaren weer af te nemen. Het broeikasgaseffect wordt niet zozeer door de jaarlijkse emissie bepaald maar door de hoeveelheid methaan die in de atmosfeer aanwezig is. Methaan breekt na verloop van tijd weer af. Door rekening te houden met deze afbraak kan het verloop van de hoeveelheid methaan in de atmosfeer afkomstig van de melkveehouderij in beeld worden gebracht.
In de tweede stap van het onderzoek zijn scenario’s met maatregelen om de methaanvorming in de pens en in de mest te reduceren verkend voor de periode 2023 tot aan 2050. Maatregelen om methaan uit pensfermentatie te verminderen kunnen komen uit de fokkerij, rantsoenaanpassingen en uit toevoegmiddelen die de vorming van methaan in de pens verminderen.
Maatregelen om de vorming van methaan uit mest te verminderen zijn gebaseerd op stallen met dichte vloeren, een gesloten externe mestopslag en het dagelijks verwijderen van de mest uit de stal. Dat kan worden gecombineerd met extra maatregelen om methaanvorming in de mest te verminderen of te verwijderen via koelen, respectievelijk te oxideren of te benutten via vergisten.
Voor alle maatregelen is een bandbreedte gekozen waarbij maatregelen deels en volledig effectief zijn. Steeds is uitgegaan van een deelname door alle melkveehouders om aan te geven wat in potentie haalbaar is. Bij volledige toepassing van maatregelen voor methaanvorming in pens en mest samen kan de jaarlijkse uitstoot van methaan door melkveehouderij afnemen met 23 tot 54% in 2050. Als deze lagere emissie na 2050 wordt voortgezet zal de totale hoeveelheid methaan in de atmosfeer door de Nederlandse melkveehouderij nog verder dalen.
Meer informatie is te vinden in het rapport 'Methaanemissies in de melkveehouderij in verleden en toekomst'