Voortaan inwendige inspectie bij nieuwe referentieperiode stalen mestsilo’s
Stalen mestsilo’s waarvoor een nieuwe referentieperiode moet worden vastgesteld, moeten daarvoor sinds 1 maart 2019 inwendig worden geïnspecteerd. Dit vloeit voort uit de nieuwe, aangescherpte versie van de beoordelingsrichtlijn BRL 2344 die sinds eind vorig jaar wettelijk is verankerd in de Regeling Bodemkwaliteit.
De nieuwe BRL 2344 is sinds 30 november 2018 aangewezen vanuit de Regeling Bodemkwaliteit. In deze richtlijn is aangegeven dat kwaliteitsverklaringen op basis van de oude beoordelingsrichtlijn 3 maanden na wettelijke verankering vanuit de Regeling Bodemkwaliteit hun geldigheid verliezen. Dit betekent dat kwaliteitsverklaringen op basis van de oude beoordelingsrichtlijn per 1 maart 2019 zijn vervangen door kwaliteitsverklaringen afgegeven op de BRL 2344, versie 20-4-2017.
In de nieuwe versie is inwendige inspectie verplicht als voor een stalen mestbassin een nieuwe referentieperiode moet worden vastgesteld. De referentieperiode is het tijdsbestek waarbinnen de opslag voldoet aan de wettelijke en functionele eisen. Een inwendige inspectie kan alleen worden uitgevoerd als de mestsilo gereinigd is door een BRL-K906-gecertificieerd reinigingsbedrijf. Is dat niet het geval, dan moet aan een reeks strenge eisen worden voldaan:
Voor het betreden van de mestsilo door de leverancier moet altijd een gasmeting op zuurstof en waterstofsulfide worden uitgevoerd door een persoon die in het bezit is van een geldig diploma Gasmeten volgens de SSVV opleidingsgids.
In de nieuwe versie is inwendige inspectie verplicht als voor een stalen mestbassin een nieuwe referentieperiode moet worden vastgesteld. De referentieperiode is het tijdsbestek waarbinnen de opslag voldoet aan de wettelijke en functionele eisen. Een inwendige inspectie kan alleen worden uitgevoerd als de mestsilo gereinigd is door een BRL-K906-gecertificieerd reinigingsbedrijf. Is dat niet het geval, dan moet aan een reeks strenge eisen worden voldaan:
- De mestopslag moet zijn ontdaan van alle vloeibare en vaste reststoffen. Er mogen geen reststoffen aanwezig zijn op alle te inspecteren kritische plekken;
- Tijdens het reinigingsproces mag geen beschadiging van een eventuele aanwezige inwendige coating hebben plaatsgevonden;
- Er moet voldoende zuurstof in de mestopslag aanwezig zijn;
- Explosiegevaarlijke gassen moeten zich beneden de 10% LEL bevinden en toxische gassen mogen de WG-waarde niet overschrijden. Dit moet aangetoond zijn door een onafhankelijke deskundige;
- Een ondergetekende verklaring dat het mestbassin is schoongemaakt met inbegrip van alle bovengenoemde punten.
Voor het betreden van de mestsilo door de leverancier moet altijd een gasmeting op zuurstof en waterstofsulfide worden uitgevoerd door een persoon die in het bezit is van een geldig diploma Gasmeten volgens de SSVV opleidingsgids.
Bron:
Kiwa, 09/04/2019
Publicatie: 11-04-2019