Ammoniak- en broeikasgasemissies van gescheiden mestfracties nader onderzocht

NMI Agro onderzocht samen met KTC Zegveld en het Louis Bolk Instituut hoe de dikke mestfractie na scheiding aan de bron opgewaardeerd en toegepast kan worden in ecosysteemdiensten voor klimaat, water en weidevogels. Onderzocht is wat het effect is van het mengen van klei, stro, zuur, kalk, melasse en natuurmaaisel om stikstof en koolstof in de mest te behouden. Het blijkt dat de emissies beperkt kunnen worden beïnvloed door het bijmengen van verschillende producten. 

Het scheiden van de feces en urine met een scheidingsvloer levert in de basis een emissiearme dikke fractie op. Na het mengen met stro of verdere mechanische mestscheiding is deze stapelbaar, strooibaar en inzetbaar als organische stofrijke meststof. Het toevoegen van de verschillende middelen leverde in deze proef geen verdere emissiereductie van de dikke fractie op.


Vanuit het oogpunt van ammoniakemissie zijn voor de dunne fractie verdere maatregelen noodzakelijk dan enkel scheiden. Een goede scheiding aan de bron maakt het apart behandelen van de dunne fractie mogelijk om gericht de ammoniakemissie te verlagen. Aanzuren is hiervoor zeer effectief. Er is meer onderzoek nodig naar veilige en praktische manieren van aanzuren, en naar andere maatregelen bij de opslag en aanwending.


De beschikbaarheid over twee qua samenstelling verschillende meststromen op een melkveebedrijf brengt technische uitdagingen met zich mee, maar is ook een kans voor het beter benutten van mineralen en tegelijkertijd werken aan maatschappelijk relevante ecosysteemdiensten, concluderen de onderzoekers.


Meer informatie is te vinden in het rapport 'Ammoniak- en broeikasgasemissies van gescheiden mestfracties in een incubatie-experiment'.

Bron: NMI Agro, 06/02/2023
Publicatie: 14-02-2023