'Huidige stabiele mestmarkt kan snel omslaan'
De nieuwe mestregels uit het zevende Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de nieuwe derogatiebeschikking zorgen dat de plaatsingsruimte voor dierlijke mest de komende jaren kleiner wordt. In 2020 werd volgens het CBS al 92% van de landelijke plaatsingsruimte aan stikstof benut. De gebruiksruimte voor stikstof wordt zelfs al volledig benut in de veehouderijgebieden in het noorden, oosten, midden en zuiden van Nederland.
Op vrijkomende landbouwgrond van veehouders die stoppen komt op termijn wat bemestingsruimte beschikbaar. Daarnaast is in de akkerbouwregio's nog enige afzetruimte voor rundveemest, aldus Uenk. Meer gebruik van rundveemest door akkerbouwers zal echter betekenen dat er extra varkensmest moet worden verwerkt. Het gevolg is dat de mestmarkt onder druk komt te staan, wat resulteert in hogere mestafvoerkosten.
Voor varkensmest kan de invulling van de taakstelling voor 2 miljard m3 groen gas in 2030 een belangrijk afzetkanaal worden. De al geplande industriële biogasprojecten hebben een aantrekkelijke schaalgrootte om ook het digestaat goed te kunnen verwerken tot eindproducten waar vraag naar is in binnen- en buitenland. Het tijdstip waarop de eerste mest aan deze biogasinstallaties kan worden geleverd, zal later zijn dan dat er al behoefte aan is in de praktijk. Ook neemt - bij erkenning ervan - de productie en marktontwikkeling van Renure-meststoffen nog tijd in beslag.