Geen ontheffingen voor varkens- en pluimveehouders die POR-regeling gebruikten
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op dinsdag 9 april uitspraak gedaan in de beroepen van een groot aantal varkens- en pluimveehouders over de afwijzing van hun verzoeken om ontheffing van het uitbreidingsverbod. In het kader van de Regeling ontheffing productierechten Meststoffenwet (POR) konden varkens- en pluimveehouders tijdelijk een ontheffing krijgen van het uitbreidingsverbod. Hierdoor hoefden zij slechts voor de helft van de uitbreiding te beschikken over voldoende dierrechten. Die ontheffingen hadden een einddatum en die is verstreken of verstrijkt binnenkort. Het CBb vindt het besluit om de ontheffingen niet te verlengen gerechtvaardigd.
Het CBb oordeelt dat minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in redelijkheid de verzoeken om verlenging van de ontheffing heeft kunnen weigeren. Volgens het CBb is de verwachting van de varkens- en pluimveehouders dat de dierrechten zouden verdwijnen en dat zij na afloop van hun ontheffing niet meer over die dierrechten hoefden te beschikken, niet gerechtvaardigd. De looptijd en einddatum van de ontheffingen zijn vanaf het begin duidelijk geweest.
De keuze om wel of niet deel te nemen aan de POR-regelingen is een ondernemerskeuze geweest. De financiƫle gevolgen voor de varkens- en pluimveehouders wegen minder zwaar dan het beheersen en beperken van de mestproductie in Nederland en het behouden van de verkregen derogatie om meer mest uit te mogen rijden op Nederlandse bodem dan eigenlijk is toegestaan op grond van Europese regelgeving.
De uitspraak van het CBb is te vinden op de website van het college. De uitspraak is definitief. Het CBb is de eindrechter in deze zaak.
De keuze om wel of niet deel te nemen aan de POR-regelingen is een ondernemerskeuze geweest. De financiƫle gevolgen voor de varkens- en pluimveehouders wegen minder zwaar dan het beheersen en beperken van de mestproductie in Nederland en het behouden van de verkregen derogatie om meer mest uit te mogen rijden op Nederlandse bodem dan eigenlijk is toegestaan op grond van Europese regelgeving.
De uitspraak van het CBb is te vinden op de website van het college. De uitspraak is definitief. Het CBb is de eindrechter in deze zaak.
Bron:
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09/04/2019
Publicatie: 09-04-2019