Stikstofefficiëntie van Nederlandse landbouw is in 30 jaar behoorlijk verbeterd
De gangbare maat voor stikstofefficiëntie voor landbouw is de verhouding tussen de nuttige afvoer in de vorm van gewassen, dierlijke producten en dierlijke mest en de aanvoer. Een toename van de efficiëntie voor stikstof voor de intensieve landbouw duidt op minder verliezen richting het milieu en een efficiënter gebruik van grondstoffen.
De verbetering van de stikstofefficiëntie in de Nederlandse landbouw trad zowel op in de veehouderij, door efficiencyverbetering in de voeding en door fokkerij, als in de teelt van gewassen, door efficiënter gebruik van meststoffen en productievere gewassen. De toename van de efficiëntie werd ook versterkt door de invoering en geleidelijke aanscherping van wettelijke gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat. Dat verplichtte boeren om minder meststoffen aan te voeren en leidde ertoe dat een substantieel deel van de mestproductie moest worden geëxporteerd.
De standaardberekening van de stikstofefficiëntie geeft wel een vertekend beeld van de efficiëntie per eenheid product doordat de stikstofbemesting en -verliezen verbonden met de aanvoer van veevoer van buiten het bedrijf, of buiten Nederland, niet meetellen bij de berekening, terwijl de export van mest van het bedrijf of uit Nederland wel volledig meetelt als nuttige afvoer van stikstof terwijl er ook stikstofverliezen zijn bij de aanwending van die mest.
In een meer volledige berekening wordt de netto afvoer van stikstof in dierlijke mest als een negatieve aanvoer meegenomen en worden stikstofverliezen die optreden bij de teelt van veevoer van buiten het bedrijf ook verdisconteerd in de stikstofefficiëntie. Wanneer op deze manier de efficiëntie werd vergeleken voor de melkveebedrijven in Nederland, Denemarken, Frankrijk en Ierland voor de periode 2006-2016 bleken er nauwelijks verschillen tussen de vier landen.