OM eist gevangenisstraffen tegen boeren in onderzoek naar fraude met mest in Friesland
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op vrijdag 5 april tegen een boer die bemiddelde bij mesthandel en twee andere boerenbedrijven gevangenisstraffen tot 12 maanden geëist, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Daarnaast eist het OM ontnemingen van meer dan 100.000 euro. De boeren maakten vermoedelijk gebruik van 2 fraudepatronen. De eerste is dat de verdachten deden of er mest werd overgebracht naar de mesthandelaar. Het vermoeden is dat dit in werkelijkheid niet gebeurde. Daarnaast deden de boerenbedrijven op papier lijken of ze over meer percelen konden beschikken, dan dat ze in werkelijkheid konden.
De verdachte bemiddelende boer ging op zoek naar graspercelen die nog niet waren opgegeven in de Gecombineerde Opgave. De percelen waren van burgers. De percelen werden geregistreerd als land om mest over uit te rijden. Uit onderzoek blijkt dat dit gebeurde om de mestadministratie sluitend te krijgen. De mest zou nooit zijn uitgereden over die extra percelen. In plaats daarvan reden de verdachte boeren vermoedelijk veel te veel mest uit over hun eigen land. De verdachte bemiddelende boer heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) uitvoerig verklaard over de grootschaligheid van de fraude. Hij zou tientallen boeren in Friesland hebben gefaciliteerd om te frauderen. Uit dit onderzoek zijn nog zeker 2 strafrechtelijke en meerdere bestuursrechtelijke onderzoeken voortgekomen.
De officier tegen de bemiddelende boer geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hij was wel is de spil in het web, maar het initiatief lag deels bij de boeren. Zwaar in het voordeel van verdachte weegt dat hij op het moment dat de NVWA een onderzoek instelde, hij openheid van zaken heeft gegeven. Daarmee heeft hij in ernstige mate zichzelf belast. De officier eiste tegen de bemiddelende boer een werkstraf van 240 uur. Daarnaast eiste de officier een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Daarnaast vordert de officier van justitie ruim 100.000 euro ontneming voor de gelden die hij heeft ontvangen voor de ficitieve mest en het opstellen van valse documenten. Naast het strafrechtelijk onderzoek wordt de verdachte in het bestuursrecht geconfronteerd met naheffingen.
Eén boerenbedrijf heeft een bestuurlijke naheffing opgelegd gekregen -met boete component- van 174.316 euro. Het OM eiste tegen beide natuurlijke personen een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Voor de firma eiste de officier een geldboete van 50.000 euro, waarvan 25.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Het andere boerenbedrijf moet een bestuurlijke naheffing betalen van bijna 150.000 euro. Het Om eiste daarnaast een geldboete van 50.000 euro, waarvan 25.000 euro voorwaardelijk voor de firma. Tegen de natuurlijke persoon eiste het OM een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden - waarvan vier maanden voorwaardelijk met en proeftijd van 3 jaar.
De rechtbank doet over twee weken uitspraak.
De officier tegen de bemiddelende boer geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hij was wel is de spil in het web, maar het initiatief lag deels bij de boeren. Zwaar in het voordeel van verdachte weegt dat hij op het moment dat de NVWA een onderzoek instelde, hij openheid van zaken heeft gegeven. Daarmee heeft hij in ernstige mate zichzelf belast. De officier eiste tegen de bemiddelende boer een werkstraf van 240 uur. Daarnaast eiste de officier een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Daarnaast vordert de officier van justitie ruim 100.000 euro ontneming voor de gelden die hij heeft ontvangen voor de ficitieve mest en het opstellen van valse documenten. Naast het strafrechtelijk onderzoek wordt de verdachte in het bestuursrecht geconfronteerd met naheffingen.
Eén boerenbedrijf heeft een bestuurlijke naheffing opgelegd gekregen -met boete component- van 174.316 euro. Het OM eiste tegen beide natuurlijke personen een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Voor de firma eiste de officier een geldboete van 50.000 euro, waarvan 25.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Het andere boerenbedrijf moet een bestuurlijke naheffing betalen van bijna 150.000 euro. Het Om eiste daarnaast een geldboete van 50.000 euro, waarvan 25.000 euro voorwaardelijk voor de firma. Tegen de natuurlijke persoon eiste het OM een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden - waarvan vier maanden voorwaardelijk met en proeftijd van 3 jaar.
De rechtbank doet over twee weken uitspraak.
Bron:
OM, 05/04/2019
Publicatie: 08-04-2019