Wijziging in uitrijdperioden mest en verplichte gewasrotatie in 2023
Voor grasland en bouwland op zand- en lössgronden wordt de uitrijdperiode voor gebruik van vaste strorijke mest met één maand vervroegd. Er mag al vanaf 1 januari tot 1 september vaste strorijke mest worden uitgereden. Onder vaste strorijke mest wordt verstaan: ‘vaste mest waarin zichtbaar een substantiële hoeveelheid stro aanwezig is’.
Op bouwland wordt de datum waarop drijfmest mag worden uitgereden met één maand ingekort. Dat mag nu vanaf 16 maart tot 1 augustus. Voor de ontwikkeling van bepaalde gewassen – zoals aardappelen, bloemkool, boerenkool, broccoli en granen – is het nodig dat eerder mest kan worden uitgereden. Daarom worden deze ‘gewassen vroege teelten’ uitgezonderd van de kortere uitrijdperiode. Bedrijven die tussen 16 februari en 15 maart drijfmest willen uitrijden, moeten vooraf bij RVO.nl melden welke percelen zij eerder willen bemesten en welk gewas zij daarop gaan telen.
Op alle percelen landbouwgrond op zand- en lössgronden wordt het verplicht om eens in de vier jaar een rustgewas te telen. Dit rotatieschema kan zowel op perceelsniveau door de jaren heen, als door middel van strokenteelt op een perceel binnen een jaar worden toegepast. Het geldt ook bij graasdierhouders. Er gelden twee uitzonderingen:
- teelten die langer dan de rotatieperiode van 4 jaar op een perceel staan zoals fruitbomen
- biologische teelten
Rustgewassen zijn niet-uitspoelingsgevoelige gewassen die een positief effect hebben op de bodemkwaliteit. De periode van 4 jaar begint vanaf 2023. Dat betekent dat uiterlijk in 2026 op ieder perceel een rustgewas moet zijn geteeld.