Waterkwaliteit in Vlaamse landbouwgebieden verbetert onvoldoende
De VMM meet en beoordeelt de invloed van de landbouw op de waterkwaliteit in grond- en oppervlaktewater met het MAP-meetnet oppervlaktewater en het freatisch grondwatermeetnet. In het winterseizoen 2021-2022 werd op 22% van de meetplaatsen minstens één keer de drempelwaarde van 50 milligram nitraat per liter overschreden. Er blijven grote regionale verschillen, zowel op niveau van de provincies als op niveau van de bekkens. De orthofosfaatconcentraties in het oppervlaktewater zijn verbeterd sinds 2016. Vijf jaar geleden lag het percentage overschrijdingen ruim boven de 70%. In winterseizoen 2021-2022 gold dat voor 54% van de meetpunten.
Voor grondwater zijn er ook regionale verschillen. Op Vlaams niveau stagneren tot verslechteren de cijfers. In 2021 werd bij 35,4% van de meetputten de norm van 50 milligram per liter gemiddeld overschreden. Dat is een toename vergeleken met vorige jaren. Ook de gewogen gemiddelde nitraatconcentratie op het meest ondiepe filterniveau is gestegen. Op basis van de meest recente beschikbare 4-jaarlijkse trend is er meer landbouwgebied met een stijgende dan met een dalende trend in het nitraatgehalte.
De lange droogteperiodes tijdens het groeiseizoen in de jaren 2017-2020 leidden tot minder opname van stikstof door de landbouwgewassen en daardoor tot een hogere bodemvoorraad nitraat. Als er bij de teeltkeuze en bemesting geen rekening wordt gehouden met de geringe opname in de zomerperiode spoelt de nitraatvoorraad in de winterperiode uit. Dat leidt tot meer overschrijdingen van de drempelwaarde. Omgekeerd waren de natte weersomstandigheden in 2021 gunstig voor de gewasgroei en voor de gewasopname van nitraten, wat samen met verdunning heeft bijgedragen tot minder uitspoelingspieken en een lager overschrijdingspercentage in het winterjaar 2021-2022.